Lekkere lente

Er biggelt een zweetdruppeltje over mijn voorhoofd. Haastig trap ik mezelf naar de stadskerk. De lente is prachtig. De studenten in het Noorderplantsoen zitten dichter op elkaar gepakt dan kippen in een legbatterij, de truien uit en de zomerjurkjes aan. Precies die ene week goed weer die we in Nederland hebben, heb ik herkansingen.
De verleiding van de zon heeft me al een week van het studeren afgehouden. In de UB had ik de concentratie van een visstick. In de tuin studeren was geen succesverhaal en even een studiebiertje op het dakterras werd al snel een sixpack desperado’s. Om wanhopig van te worden.

In de supermarkt vis ik de laatste corona’s uit het schap, vanmiddag een klein jokertje

Mijn tentamen gaat verrassend goed, ondanks dat het enige waar ik aan kan denken mijn vrijheid in de zon is. Ik ben niet de enige, zo lijkt het. Iedereen pent met het doorzettingsvermogen van een topsporter: ieder geschreven woord brengt ze dichter bij het moment waarop ze de prachtige lentezonnestralen op mogen vangen.
Nog voor ik op het plein voor de kerk sta, heb ik m’n maten geïnformeerd: ik kom naar de zon en het koude biertje. In de supermarkt vis ik de laatste corona’s uit het schap. Vanmiddag een klein jokertje. Niet te veel, morgen moet ik weer aan de studie, althans, dat houd ik mezelf voor.

Na de herkansing van maandag zit ik een hele dag in het Noordeplantsoen, of op het strand

Ik houd van de lente. De stad ontwaakt massaal uit de winterslaap. Ik houd van de studenten die op een bank voor hun huis rustig zitten te klooien met een wegwerpbarbecue. Ik houd van de mensen die een weddenschap verliezen en een paar baantjes moeten trekken door het smerige water van een vijver in het Noorderplantsoen.
Het lekkere weer zorgt ervoor dat ik niet bezig hoef te zijn met bombardementen in Syrië en mijn privacy op Facebook. Volgende week mag ik uren in de zon zitten. Oké, maandag niet, want nog één herkansing. Maar daarna zit ik een hele lange dag in het Noorderplantsoen, of op het stadsstrand. Het zal wel kutweer zijn, volgende week, maar ik heb zo mijn principes. Dan maar een paraplu mee.