Een dooie rat, midden op het fietspad
In de avondschemer lag, midden op het fietspad langs het Reitdiep, een dode rat. Wat was er gebeurd? Had die lector er iets mee te maken? En waar was de rat de volgende ochtend gebleven?
De avond viel. Ik peddelde naar huis over de fietssnelweg langs het Reitdiep. Fietssnelweg is een raar woord, zeker voor iemand als ik, iemand die naarmate hij langer fietst steeds langzamer gaat rijden. Andere mensen hebben het omgekeerde, die gaan steeds harder. Voor hen is de fietssnelweg een sportieve uitdaging.
Ik denk dat ik die snelle fietsers vaker tegenkom dan zij mij. Maar is dat wel zo? Dat is nou echt zo’n probleem waarover ik me tijdens het fietsen het hoofd kan breken. Komen snelle fietsers mij echt minder vaak tegen dan ik hen? Ja, ik ben langer onderweg, dus ik heb meer tijd om ze tegen te komen. Maar zij leggen in dezelfde tijd meer kilometers af en hebben dus meer asfalt waarop tegenliggers kúnnen rijden.
Zouden er voormalige wielerhelden zijn die op een elektrische fiets rijden, Tom Dumoulin op een e-bike?
Tijdens het fietsen, maak ik vreemde dingen mee. Ik reed eens de Eltenerberg op, dat is een heuvel van dik duizend meter. Halverwege passeerde mij een puffende amateur-wielrenner die precies op dat moment werd ingehaald door een fluitende bejaarde op een e-bike. Met z’n drieën op gelijke hoogte, op gelijke afstand van de top. Wat een wonderlijk toeval. Hoe groot is de kans dat zoiets gebeurt?
Op de fiets overvallen me gekke gedachten. Zouden er bijvoorbeeld voormalige wielerhelden bestaan die op een elektrische fiets rijden? Tom Dumoulin op een e-bike? Ik zie het hem niet doen. Toch doemt precies op dat moment voor mijn geestesoog precies dát op: Tom Dumoulin op een e-bike.
Op de fietssnelweg langs het Reitdiep lag die avond dus een dode rat. Midden op het pad. Dat zag ik vanaf wel honderd meter afstand. Is het niet wat anders, dacht ik nog, maar nee, ik wist het zeker, het was geen tak, geen steen, geen blad, het was een dooie rat. En een flinke ook, een reuzenrat. Hoe kwam het dat hij daar lag? Aangereden?
Zou ik de lector vragen wat hij hier liep te doen… nee, dat zou een beetje raar zijn
Even verderop liep Hanze-lector Rix Groenboom met aan zijn linkerhand z’n elektrische fiets. Had hij die rat aangereden? Groenboom hield een mobieltje aan zijn rechteroor. Hij praatte, maar ik verstond hem niet. Belde hij over de rat? Met de dierenambulance? Vast niet, die rat was dood. Met de ongediertebestrijding? Dat zou wel héél keurig zijn, zelfs voor een lector. Met het thuisfront dan? Geen idee.
Zal ik hem erover aanschieten, dacht ik. Nee, dat zou een beetje raar zijn. Een lector vragen wat hij hier liep te doen, met wie hij liep te bellen. Over een rat nog wel. Wie belde er nou in de avondschemer langs het Reitdiep over een dode rat?
Ik reed door met de rat in mijn hoofd. Dat was weer eens wat anders dan muizenissen. Ik probeerde m’n zinnen te verzetten, maar dat was lastig. Die rat bleef daar natuurlijk wel gewoon op het fietspad liggen. Voor je het wist schrok iemand zich het apelazarus van het beest. Had ik hem niet naar de berm moeten verplaatsen? Nee, want hoe dan? Ik had geen schep bij me, en een dode rat aanraken was niets voor mij. Voor wie wel, trouwens?
Een groot raadsel: wie, o, wie verwijdert in de nacht of de vroege ochtend de dode dieren van het wegdek?
De volgende ochtend reed ik weer langs het Reitdiep, weer over de fietssnelweg die men ook wel een doorfietsroute noemt, wat een beetje vreemd is, want wie er ook allemaal doorrijden over de oversteekplaats op de Pleiadenlaan… níet de fietsers. Zou die dooie rat daar verderop nog liggen, vroeg ik me af. Stomme vraag, want ik wist het antwoord. Die rat zou verdwenen zijn. Dat is namelijk altijd zo. Het is één van de raadsels die mij al jaren bezighouden: wie, o, wie verwijdert in de nacht of de vroege ochtend de dode dieren van het wegdek? Of is dat geen mens, maar een dier? Een aaseter, een vos of een vogel? Of is het misschien een andere rat? Zijn ratten kannibalen? Ik vermoed van wel, waarom niet?
Ik reed, heel langzaam inmiddels, langs de plek waar ik de rat de avond ervoor had aangetroffen. En inderdaad, hij lag er niet meer. Weg rat, ik had gelijk gehad.
Voor een mooi rond verhaal had mij precies op dat moment natuurlijk een puffende wielerheld moeten passeren, een fluitende bejaarde of desnoods lector Groenboom, maar wat een wonderlijk toeval: het was heel iemand anders.
Beeld: gegenereerd met ChatGPT