Franse studenten pendelen tussen de Hub en The Village
De twintig Franse ICT-studenten op de Hanze studeren samen op de Digital Society Hub. En ze wonen samen in containerhotel The Village. ‘Zis is notte Paris, monsieur.’
‘Als ik het helemaal zelf had mogen bepalen, dan was ik naar Barcelona gegaan of naar Buenos Aires. Maar nu ik hier eenmaal ben… ik ben happy.’ Maar Lucas’ school, de ISEP, had het laatste woord in wie van de studenten waarnaartoe mocht. Dus is de 23-jarige Lucas Jendzio-Verdasca nu één van de twintig Franse ISEP-studenten die in 2025 tien weken op de Hanze studeren. ISEP, het Institut supérieur d’électronique de Paris, is één van de grandes écoles, dat zijn hoger-onderwijsinstellingen op particuliere basis. ‘Ik ben niet rijk’, zegt Lucas, ‘maar mijn ouders… die kunnen het wél betalen.’
Samen ’s avonds sterren kijken vanaf de Van OlstToren
De ISEP-opleiding duurt vijf jaar en Lucas heeft nog een half jaar te gaan. ‘Eén van de vereisten is een verblijf in het buitenland, daarom ben ik nu hier.’ Het programma dat ze op de Hanze volgen is speciaal voor de Franse studenten opgetuigd. ‘Om ze zich een beetje thuis te laten voelen, organiseren we ook sociale activiteiten voor ze’, zegt Linda Noordhuis, die het programma coördineert. ‘Samen op de fiets door de provincie, bijvoorbeeld, samen sterren kijken vanaf het dak van de Van OlstToren.’
’s Middags zijn de Franse studenten te vinden in de Digital Society Hub op de Zernike Campus, waar ze colleges volgen en werken aan projecten. De hoofdmoot is system modeling en transactionele energiesystemen. ‘Mijn groep werkt aan een applicatie waarmee je het gebruik van duurzame energie optimaliseert. Het is heel veel nadenken over energie-opslag en het opladen en ontladen van accu’s. Ja, dat is technisch en er komt veel informatica bij kijken. Maar dat is logisch, we zijn allemaal informatici.’
Je moet weten waar het ligt, vanaf de straat valt vooral het milieu-inzamelpunt op
De ISEP-studenten wonen op de B-vleugel van The Village, een complex van in totaal 216 containerwoonruimtes aan de Peizerweg, recht tegenover de bezinepomp van Tamoil. Je moet een beetje weten waar het ligt. Vanaf de straat springt vooral het kleurijke milieu-inzamelpunt in het oog.
Het complex ligt half verscholen achter de sportschool. ‘Die is ook toegankelijk voor niet-bewoners’, zegt Lucas. Hij is de enige Fransman die op deze kille 26-ste maart vroeg uit de veren is. ‘Als je later op de dag was gekomen, had je meer mensen kunnen zien.’
De kamers zijn wel een beetje gehorig, maar dat is volgens Lucas het enige nadeel
Oké, het is kwart over negen, wel een beetje erg vroeg. Toch daalt er om de paar minuten een student van de doorzichtige, stalen trappen af. Ze zijn vermoedelijk op weg naar college. Ze wandelen door de grote ruimte, waar een poolbiljart staat, een tafeltennistafel en twee beeldschermen met consoles voor de gamers. ‘Daar zit ik misschien iets te vaak achter’, zegt Lucas.
De studenten die het pand verlaten, gaan voor de receptie langs, waar gastvrouw Laura de scepter zwaait, de telefoon opneemt, de administratie bijhoudt en nog veel meer. Als de studenten de voordeur uit zijn gestapt stappen ze naar links of naar rechts, al naar gelang waar ze hun fiets hebben geparkeerd.
De kamers zijn niet al te groot, maar de prijs van 550 euro per maand… ‘Dat is wel te doen, vergeleken met Parijs’, lacht Lucas. ‘Sowieso is hier helemaal niets dat je kunt vergelijken met Parijs.’ Hij wijst naar de drie etages containers en laat zijn goede Engels ineens vet Frans klinken: ‘Zis is notte Paris, monsieur.’
Het fijnste plekjes van Groningen? Het Stadpark en álle fietspaden
De woonomgeving heeft volgens hem eigenlijk maar één nadeel, de containers zijn een beetje gehorig. ‘We hebben afgesproken om na 11 uur géén harde muziek meer te draaien. Dat helpt wel.’
Die gehorigheid is vooral vervelend als er onenigheid is. ‘Dat gebeurt niet vaak, gelukkig. Maar ik ben weleens weggegaan om die reden. M’n stress kwijtraken in het park.’
Lucas vindt het Stadspark, dat op een paar minuten lopen van The Village af ligt, een fijne plek. Maar nog fijner vindt hij de fietsinfrastructuur in Nederland. ‘Dat is een voorbeeld voor de hele wereld. In Frankrijk is fietsen gevaarlijk, hier is het zo ingeburgerd. De voorzieningen, die speciale paden waar geen ander verkeer mag komen. Dat is gewoon fantastisch. Het herinnert me er ook voortdurend aan dat vervoer best milieuvriendelijk kan zijn.’