Gedoe met je huisgenoten, ga je de confrontatie aan?
Ruzie! Irritatie! Onderling gedoe! Je ontkomt er bijna niet aan als je samen in één huis woont. Wat doe je? Maaike steekt haar kop in het zand, haar huisgenote juist niet, die klopt op de deur.
Mijn huisgenoot Annieke is er zo eentje die de confrontatie durft aan te gaan. Niet met gebalde vuist, maar met woorden. Ze ziet er niet gevaarlijk uit, grote blauwe ogen en blonde haren met speelse krulletjes. Niks geen achterbaksheid, ze is oprecht dapper. Waar ik moeilijke dingen negeer in de hoop dat het vanzelf weer overwaait, vraagt Annieke: ‘Kan ik je even spreken?’
De wasmachine had geen zin om zo laat nog te werken en sputterde tegen bij het centrifugeren
Laatst had ik laat in de avond de wasmachine aangezet. Een wasmachine betekent in ons huis pokkeherrie. Overdag heb je genoeg ruis om je heen waar je het mee wegfiltert, maar ’s avonds kan het lawaai je uit de slaap houden. Annieke zei dat ze ging slapen. Ik zei dat het een kort programma was. ‘Het is zo klaar!’
Dat bleek niet waar, de wasmachine had geen zin om zo laat nog te werken en sputterde tegen bij het centrifugeren. Tja, natte was, dat wil niemand. Ik vroeg de wasmachine om het nog een keer te proberen en hij deed het, brommend van tegenzin.
Annieke kwam slaapdronken vragen waarom de was nog niet klaar was. ‘Nú is-ie bijna klaar’, gromde ik. We waren geïrriteerd.
‘Wauw, jullie lossen dit zo volwassen op!’
De volgende dag vroeg ze: ‘Kan ik je even spreken?’ Ja, tuurlijk. Ze zei dat ze geïrriteerd had gereageerd op mijn wasmachine-actie. Ik legde uit dat ik uit haar eerste opmerking niet had opgemaakt dat ze liever had gehad dat ik de wasmachine niet had aangezet. Aha, dus daar ontstond de miscommunicatie.
Ik gaf eerlijk toe dat het wel laat was geweest om de wasmachine te laten draaien. En als het ding goed z’n werk had gedaan, was het niet nóg veel later geworden. Dat snapte Annieke, zij kent die stupid machine natuurlijk ook.
Een andere huisgenoot ving het gesprek op. ‘Wauw, dit lossen jullie zo volwassen op!’ Vind ik eigenlijk ook wel. We luisterden naar elkaar en lieten de irritatie niet aan het woord komen. We waren nieuwsgierig, we wilden erachter komen waar het mis was gegaan. Dit was een gesprek, met respect en gelijkwaardigheid.
‘Ik wil niet horen, niet inzien wat mijn aandeel is in onhandigheid en onenigheid’
Annieke legde uit dat ze het fijn vindt om dingen uit te praten, omdat ze er anders in haar hoofd mee blijft zitten. Ze bewandelt deze weg, omdat ze weet dat het haar helpt.
Wat gebeurde er nou bij de wasmachine? Dat had ik niet durven vragen. Ik had het niet gedurfd: de confrontatie aangaan. Ik steek mijn kop in het zand. Het kost te veel energie om het gesprek aan te gaan, dat is mijn aanname. Ik wil niet horen, niet inzien wat mijn aandeel is in onhandigheid en onenigheid. Maar misschien kan ik de kunst van Annieke afkijken. Het gebeurt vaak genoeg. Iedere keer als ze met de anderen gedoe heeft gehad, klopt ze op hun deur. ‘Kan ik je even spreken?’
Foto: Maxime Gilbert on Unsplash