‘Misschien moeten we accepteren dat klassieke kennisoverdracht verandert’
Studenten blijven vaker weg, AI verandert banen en de Hanze gaat op de schop. Hanze-voorzitter Dick Pouwels ziet vooral kansen in die nieuwe werkelijkheid.
Studenten zijn minder vaak op de campus, AI verandert razendsnel het onderwijs én de arbeidsmarkt en vanaf september moet de nieuwe organisatiestructuur van de Hanze zich in de praktijk gaan bewijzen. Voor collegevoorzitter Dick Pouwels raken deze ontwikkelingen allemaal aan dezelfde vraag: hoe moet de hogeschool meegaan in een wereld die zelf razendsnel verandert?
Om te beginnen de studenten. Het College van Bestuur krijgt duidelijke signalen dat studenten minder vaak fysiek aanwezig zijn. Tegelijkertijd blijven de inschrijvingen ondanks de demografische krimp redelijk stabiel, stijgt de studenttevredenheid en is de uitval in het eerste jaar lager dan de Hanze gewend was.
‘Dat is een beetje dubbel’, zegt Pouwels, een week voor de opening van het hogeschooljaar. ‘Aan de cijfers zie je dat het best goed gaat, maar tegelijkertijd horen we dat studenten veel minder aanwezig zijn. Daar gaan we het komende jaar stevig over in gesprek. Het kan zijn dat we iets moeten doen aan de vormen waarin we zaken aanbieden.’
Wat kom je als student nog op school doen?
Simpelweg eisen dat iedereen weer braaf in het klaslokaal verschijnt, is voor Pouwels niet de oplossing. Corona heeft studenten geleerd dat digitaal onderwijs ook kan en inmiddels is daar een veel ingrijpender ontwikkeling bijgekomen: AI.
‘Studenten hebben in coronatijd geleerd dat digitaal werken en digitaal onderwijs volgen ook kan. Tegelijkertijd hebben ze met AI een enorme ondersteuner gekregen. Als je even niet helemaal weet hoe iets zit, kun je dat heel makkelijk navragen. Ik denk dat we vooral moeten zoeken naar andere manieren om de binding van studenten met de hogeschool vorm te geven.’
Dat kan ook betekenen dat de klassieke functie van het klaslokaal verandert. ‘Misschien moeten we accepteren dat er voor de kennisoverdracht inmiddels andere methodes en hulpmiddelen zijn. Daarom moeten we de focus meer leggen op groepswerk, samenwerken aan opdrachten en het werken aan vraagstukken uit de praktijk.’
Dat betekent nadrukkelijk niet dat studenten net zo goed thuis kunnen blijven, waarschuwt Pouwels. ‘Je periode op een hogeschool gaat ook over je persoonlijke vorming. En dat doe je niet in je uppie. Daarvoor heb je contact met andere studenten nodig en moet je in groepen aan het werk, zoals het leven ook in elkaar zit. Het gaat niet alleen om je ontwikkelen in een vak, expertise en kennis, maar juist ook om: wie ben ik als persoon? Hoe verhoud ik mij tot andere mensen? Hoe komen we samen tot resultaten? Dat moet heel nadrukkelijk onderdeel van je opleiding zijn.’
‘AI kan een enorm feest zijn, maar ik zie ook de keerzijde’
De opkomst van AI ziet Pouwels vooral als een kans. ‘Ik vind het een hele krachtige tool. Je kunt sneller inzichten krijgen, hebt makkelijker toegang tot een veel breder spectrum aan informatie en je kunt ondersteuning krijgen bij moeilijke berekeningen en analyses. Ik vind het een enorm feest dat dat beschikbaar komt.’
‘Misschien kunnen we daarmee nog wel meer de creativiteit en samenwerking van mensen aanzetten, in plaats van allerlei dingen te doen waar techniek misschien beter en sneller in kan werken. Ik zie de keerzijde natuurlijk ook als het gaat om macht, privacy en allerlei vormen van verslaving die je ook bij sociale media hebt. Mensen kunnen zich helemaal verliezen in dit soort tools. Dat is zeker een issue, maar tegelijkertijd is het ook een enorme kans.’
Het probleem voor onderwijsinstellingen is dat de ontwikkeling zo snel gaat dat regels alweer achterhaald kunnen zijn voordat iedereen eraan gewend is. ‘AI is anders dan digitale ontwikkelingen zoals we die in het verleden hebben gekend. Toen kwam een digitale ontwikkeling op de markt, ging je die uitproberen en op een gegeven moment snapte je hoe het werkte. Daarna kon je gaan optimaliseren en het je verder eigen maken. AI is een lerend mechanisme. We moeten eraan wennen dat we een techniek in huis hebben die nooit meer stil zal staan.’
Daarom moet volgens Pouwels ook de manier veranderen waarop de Hanze studenten leert omgaan met AI. ‘De vraag is niet meer ‘Wanneer gebruik je dit hulpmiddel?’ maar ‘Hoe gebruik je het?’
In dat eerste waren we altijd heel goed. De rekenmachine mag hier wel bij zijn en daar niet. Maar bij AI gaat het over privacy en verslaving, en over waar het zinvol is dat je zelf beoordelingsvermogen houdt en niet alles aan het systeem overlaat.’
Banen verdwijnen
Die discussie blijft niet beperkt tot het onderwijs. AI verandert ook het werk waarvoor studenten worden opgeleid. Dat kan volgens Pouwels betekenen dat sommige banen voor starters verdwijnen.
‘Ik kan me heel goed voorstellen dat studenten zich afvragen waar hun baankansen liggen. De Hanze moet studenten juist opleiden voor die nieuwe wereld. Ze moeten goed begrijpen hoe AI als technologie werkt en hoe je het als professional inzet. Dan heb je vaak zelfs een plus ten opzichte van mensen die al aan het werk zijn en minder druk voelen om zich AI echt eigen te maken.’
Daarvoor zullen opleidingen zelf ook moeten veranderen. Pouwels verwacht dat AI bij ICT een veel grotere plek krijgt. Hij sluit zelfs niet uit dat er op termijn een aparte AI-opleiding komt.
Maar bijvoorbeeld bij communicatie voorziet hij concrete gevolgen. ‘In dat werk zullen typische junior-functies wegvallen. Afgestudeerden zullen op een andere manier beginnen met het werk. Hele takken van sport kunnen wegvallen doordat bedrijven het zelf gaan doen. Die accepteren een minder sprankelende kwaliteit in de communicatie, omdat AI sneller en goedkoper is. Dat soort afwegingen worden anders gemaakt dan in het verleden. Daarop moeten we onze studenten voorbereiden.’
Binnen de Hanze wordt daarom bekeken of AI een zogenoemd ‘doorbraakproject’ moet worden, een ontwikkeling waarop de instelling fundamenteel anders en nadrukkelijker gaat inzetten.
‘Als je kijkt naar de ontwikkelingen rond AI, zowel in ons onderwijs en onderzoek als in onze bedrijfsvoering, dan zullen we daar stevige stappen vooruit moeten maken. Er ligt een goede bodem: veel collega’s zijn actief en er zijn veel mooie initiatieven, meer dan we vaak allemaal weten. Maar tegelijkertijd moeten we daar met meer kracht en snelheid onze energie op zetten.’
Nieuwe Hanze
De Hanze zelf gaat ook een nieuwe fase in. Vanaf 1 september gaat de nieuwe organisatiestructuur daadwerkelijk draaien. De afgelopen maanden werden managers benoemd en geplaatst, systemen aangepast en medewerkers verhuisd.
Dat proces verliep niet voor iedereen zonder problemen. ‘Het heeft in een aantal individuele gevallen echt pijn gedaan. Dat hebben we ook gezien. Tegelijkertijd zijn we als organisatie en met de betreffende collega’s goed op zoek gegaan naar passende oplossingen. In het grootste deel van de situaties is dat goed gelukt. Waar dat niet zo is, zijn we nog op zoek naar oplossingen of hebben we er in ieder geval voldoende aandacht voor.’
Vanaf september begint de echte test. ‘Eigenlijk iedereen in de organisatie stapt in een nieuwe werkelijkheid, met clusters en nieuwe managers. Voor de één heeft dat meer consequenties dan voor de ander. Wij hopen vooral dat dat na wat aanlopen ook tot energie zal leiden.’
Pouwels verwacht zeker kinderziektes. Processen veranderen en medewerkers moeten opnieuw ontdekken hoe de lijnen lopen. Toch is hij tevreden over de voorbereidingen. ‘De aanpassing van de systemen en de fysieke verhuizingen zijn deze zomer eigenlijk heel goed verlopen. Dat betekent dat onze mensen goed zicht hebben op hoe onze systemen in elkaar zitten. Mocht er iets niet lopen zoals verwacht, dan kunnen we snel bijschakelen.’
‘Een soort heilig vuur’
Maar de herinrichting is meer dan een nieuwe indeling van de organisatie. Een belangrijk uitgangspunt is dat teams straks meer verantwoordelijkheid krijgen om zelf hun werk te organiseren.
‘Er zit bij mij wel een soort heilig vuur dat zelforganisatie en een kennisinstelling bij elkaar horen. We zijn allemaal professionals, dus dan mag je ook een hoge graad van zelforganisatie en zelfverantwoordelijkheid verwachten. Als team moet je zelf kijken: wie doet wat? Wat past het beste bij de talenten van de verschillende collega’s? Hoe organiseren we ons werk?’
Volgens Pouwels moet dat eigenaarschap nadrukkelijk bij teams komen te liggen. ‘In bijna alle gevallen heb je binnen de Hanze geen individuele opdracht. Het is aan het team om een opleiding, een onderzoeksveld of een deel van de ondersteunende activiteiten vorm te geven. Dan moet je ook als team het werk organiseren en daarmee de regie en het eigenaarschap over dat werk op je nemen. Eigenaarschap: dat is van ons, wij willen dat goed regelen en laat ons dat ook maar regelen. Het past heel erg bij een kennisinstelling en een hogeschool. Ik denk dat we eraan toe zijn om op die manier meer eigenaarschap echt diep in de organisatie te krijgen.’
Elkaar blijven vinden
Meer zelforganisatie en nieuwe structuren brengen tegelijkertijd het risico mee dat mensen elkaar juist moeilijker weten te vinden. Daarom staat verbinding centraal in Pouwels’ toespraak bij de opening van het nieuwe hogeschooljaar.
‘We hebben natuurlijk wat veranderd aan de structuur, maar het is belangrijk dat mensen elkaar kunnen blijven vinden en misschien op onderdelen wel weer opnieuw gaan opzoeken. Dat geldt niet alleen binnen de Hanze, maar ook voor de Hanze in relatie met allerlei bedrijven en collega-instellingen in de regio, nationaal en internationaal. Juist die contacten maken dat je echt kunt samenwerken en stappen vooruit kunt zetten.’
Ook buiten de hogeschool ziet hij die beweging. In Noord-Nederland werken provincies, overheden, bedrijven en kennisinstellingen steeds nadrukkelijker samen, terwijl ook de noordelijke onderwijsinstellingen volgens Pouwels minder vanuit concurrentie denken.
‘Als je naar buiten kijkt, zie je dat samenwerken het antwoord moet zijn. De opgaven van buiten kunnen we niet alleen adresseren, daar hebben we elkaar gewoon voor nodig. Ik denk dat de urgentie van samenwerken veel groter is geworden, simpelweg omdat je het niet alleen kunt.’
De Hanze begint die nieuwe fase financieel gezond. ‘We draaien netjes op begroting. We houden wat geld over doordat we minder inzetten op de ontwikkeling van ons tweejarenplan dan we hadden verwacht. Dat geeft een buffer voor 2027 en 2028, waarin we nog de effecten meekrijgen van de demografische krimp en studentenkrimp van de afgelopen jaren.’ Daardoor hoeven er geen drastische maatregelen genomen te worden, zoals die bij sommige andere instellingen zichtbaar zijn.
De uitdaging zit komend jaar vooral in de uitvoering: een nieuwe organisatie aan de praat krijgen terwijl tegelijkertijd het onderwijs en de wereld waarvoor studenten worden opgeleid veranderen.
‘Eigenlijk iedereen in de organisatie zit straks in een nieuwe context, met voor de één meer consequenties dan voor de ander. Wij hopen vooral dat dat na wat aanlopen ook tot energie zal leiden.’
Foto: Dick Pouwels tijdens de opening van het hogeschooljaar 2026-27 (fotograaf: Jelmer Meijer)