Hanze-voorzitter Pijlman: ‘Ook na zomer online les, fysiek onderwijs opbouwen’

De coronacrisis zal ook volgend schooljaar een grote invloed hebben op het onderwijs van de Hanzehogeschool. Online onderwijs blijft nog lang onvermijdelijk, maar College-voorzitter Henk Pijlman wil de beperkte fysieke ruimte die straks beschikbaar is, zo snel en efficiënt mogelijk inzetten. ‘We zijn en blijven een hogeschool, we doen aan praktijkonderwijs, en dat willen we dus ook echt weer oppakken.’

Zo dacht je komende zomer rustig met pensioen te kunnen gaan, en zo zit je ineens in de ergste crisis van de 21-ste eeuw. Hoe heb je die knop om gezet?
‘Het was even schakelen, maar goed, iedereen heeft moeten schakelen. Je bent al snel heel druk bezig om alle processen zo goed mogelijk door te laten lopen. Oplossingen zoeken, perspectief bieden. En ook al gaat het langzaam, het gaat nu wel echt vooruit.
‘Het belangrijkste is toch dat we allemaal een beetje gezond door deze crisis komen. Ik krijg elke dag een update over een teamleider die al zes weken in coma ligt in het UMCG. Dan realiseer je je weer even hoe ernstig de situatie is en dat je niet te snel moeten willen terugschakelen naar een normale situatie.’

De Hanze geeft volgend schooljaar gemengd onderwijs: onderwijs op afstand waar mogelijk en fysiek onderwijs waar de overheid daar ruimte voor geeft. Wat moet ik me daar precies bij voorstellen?
‘Ook na de zomer blijven we online les geven. Ik zie daar echt een grote vooruitgang, het wordt steeds professioneler. Maar we zijn en blijven een hogeschool, we doen aan praktijkonderwijs, en dat willen we dus ook echt weer oppakken. Afstudeerders moeten hun opleiding zo goed mogelijk kunnen afronden en eerstejaars moeten zo goed mogelijk kunnen beginnen.
We hebben twee uitgangspunten: het overheidsbeleid volgen en studievertraging beperken. Dat blijven de uitgangspunten. Mensen willen graag zekerheid, duidelijkheid, maar die is er momenteel gewoonweg niet. Je moet het dus doen met de gebrekkige informatie die er is.’

We hebben twee uitgangspunten: het overheidsbeleid volgen en studievertraging beperken

‘Langzamerhand kan er wat meer. Sommige studenten oefenen alweer binnen de gebouwen, tot nu toe vooral kunststudenten. Dat proberen we uit te breiden. Vanaf eind mei kunnen studenten onder strikte voorwaarden weer voor zelfstudie in de gebouwen terecht. En vanaf half juni verwachten we weer op kleine schaal fysiek onderwijs aan te kunnen bieden. Daarover horen we deze week meer. Maar stel dat het virus daarna weer om zich heen grijpt, dan moeten we ons opnieuw aanpassen.’

Toch kan ik me voorstellen dat studenten en medewerkers graag willen weten hoe komend schooljaar eruit zal zien. Het overheidsbeleid volgen betekent dat we telkens maar zo’n twee tot vier weken vooruit kunnen kijken…
‘Ik krijg aardig wat verzoeken om duidelijkheid, om een schema, maar mensen onderschatten dat er ontzettend veel factoren in het spel zijn. Ruimtes regelen voor kleine groepen studenten is niet voldoende. Je hebt ook te maken met de druk op het openbaar vervoer. Neem nou buslijn 15, onder normale omstandigheden heb je daar geen anderhalve meter tussen de reizigers, nee, die afstand is maar vijf centimeter. Dat kan nu dus absoluut niet. Op de campus moeten we rekening houden met looplijnen, met beperkte opening van deuren en andere voorzieningen. Ook moeten we volgens de richtlijnen ieder lokaal na een les grondig schoon laten maken. We kunnen als hogeschool dus niet eigenhandig beslissen voor de lange termijn.’

Als de ruimtes en mogelijkheden beperkt zijn, moeten er keuzes worden gemaakt. Welke groepen krijgen voorrang als het om fysiek onderwijs gaat?

‘De beperkte ruimte die we straks zullen hebben, willen we gebruiken voor praktijkonderwijs, maar ook voor eerstejaars die binding met de hogeschool echt nodig hebben.’

De schaarse ruimte die we straks hebben, moeten we zo goed mogelijk verdelen

‘In augustus begint de introductie voor eerstejaars, en die willen we het liefst ook deels fysiek aanbieden. Er wordt gedacht aan een buddy-systeem bij sommige opleidingen. Online meetings zijn een andere optie.
‘De schaarse ruimte die we straks hebben, moeten we zo goed mogelijk verdelen. De Energy Barn wordt nu bijvoorbeeld vooral voor congressen gebruikt, komend jaar zetten we hem misschien in voor onderwijs. We moeten heel creatief zijn. Iedereen. Docenten met goede ideeën wil ik echt vragen om zich bij ons te melden. We kunnen alle hulp en alle ideeën gebruiken.’

Denk je dan vooral aan oplossingen voor eerstejaars?
‘Was het maar zo simpel. Ik wil ook heel graag dat afstudeerders kunnen afstuderen, en dat derdejaars op stage kunnen. Dat laatste is nu ook al moeilijk zat, veel bedrijven hebben wel andere zaken aan hun hoofd nu.’

Kun je je voorstellen dat het Bindend Studie Advies ook volgend jaar komt te vervallen?
‘Dat er dit jaar geen BSA is, klinkt misschien leuk voor studenten, maar het geeft ook veel problemen. Natuurlijk, het kan een voordeel zijn als je maar een paar punten mist. Maar je kunt nu zelfs doorstuderen als je maar tien punten hebt gehaald. De kans dat je dan je opleiding op tijd of überhaupt afkrijgt is ontzettend klein. Het zal dus vooral leiden tot een hele grote studieschuld voor veel studenten, vrees ik. Zou je ook volgend jaar de BSA laten schieten, dan maak je die problemen alleen maar groter.’

In plaats van ’m helemaal laten schieten, zou je toch ook het aantal punten van de BSA wat kunnen verlagen?
Ik vind 48 punten helemaal niet onredelijk. Iedereen heeft last van deze crisis, maar je moet niet doen alsof het nu allemaal niet meer uitmaakt hoe je presteert, daarmee schaad je het onderwijs en de individuele student.’

Stel dat je een zoon of dochter hebt die een heel praktische opleiding wil volgen aan de Hanzehogeschool: Fysiotherapie, Conservatorium of Chemie…  Zou je zeggen ‘doen’, of kan hij of zij beter een jaar wachten?
‘Ik zou zeggen, wat wil je dan anders gaan doen? Reizen? Backpacken in Australië? Dat zit er ook niet echt in. Een baantje zoeken? Dat wordt ook lastig. Het onderwijs zal zeker anders zijn, maar we doen ons stinkende best om zo goed mogelijk onderwijs aan te bieden in deze moeilijke tijden. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, en we moeten ons dus allemaal een beetje aanpassen.’

Nog ingewikkelder is het voor internationale studenten. Zie je die nog wel komen volgend schooljaar? En wat raden jullie Nederlandse studenten aan die naar het buitenland willen voor studie of stage?
‘We hebben Nederlandse studenten aangeraden om geen buitenlandse uitwisseling of stage te plannen in het eerste semester. Omgekeerd geldt hetzelfde, je zult een enorme dip zien in de animo voor korte uitwisselingen. En ik denk dat het aantal studenten van buiten de EU dat zich inschrijft voor een opleiding in ’20-’21 vrijwel nul zal zijn. Voor studenten uit Azië en  de VS is het waarschijnlijk zelfs onmogelijk om hierheen te komen in de zomer.’

Het is nu wel een zegen dat we ‘maar’ negen procent internationale studenten hebben

‘Binnen de EU is het een ander verhaal. De interne grenzen gaan open zodra het kan. Bovendien is het nog lang geen september. We zien ook dat het aantal aanmeldingen wel iets is teruggelopen, maar niet heel veel. Studenten aarzelen vooral. Het verschilt ook per land natuurlijk. Het ene land kom je nauwelijks in of uit, andere landen zijn nog redelijk open.
‘Het is nu wel een zegen dat we ‘maar’ negen procent internationale studenten hebben. De RUG zit, meen ik, op zo’n 25 procent. Er zijn zelfs kunsthogescholen die boven de tachtig procent zitten, dan is het probleem een stuk groter. Wij hebben altijd ingezet op gematigde groei van internationalisering, dat is nu wel prettig.’

Als er voor het onderwijs iets positiefs uit deze crisis te halen valt, is het wel de enorme stroomversnelling waarin digitaal onderwijs is beland. Hoe zijn de eerste indrukken van de afgelopen maanden ‘online Hanze’?
‘We hebben toevallig net deze week gevraagd om de eerste evaluaties. Er gebeuren hele mooie dingen, maar er zijn ook online oplossingen die voor nu oké zijn, maar snel verbetering behoeven. Het is allemaal uit nood geboren, dus er zit nog geen echte structuur in. Wat we de afgelopen maanden vooral hebben gezien, is een ongelofelijke inzet om het onderwijs zo goed mogelijk door te laten gaan. Er is in korte tijd echt enorm veel voor elkaar gekregen.
‘Toch, we zijn geen online onderwijsinstelling. Daar zit onze meerwaarde niet. Die zit in de leergemeenschap, in de innovatiewerkplaatsen, de stages, de verbondenheid met de maatschappij. En dat willen we handhaven. Maar de winst die we hebben geboekt op online-gebied willen we uiteraard benutten. Ik ben ervan overtuigd dat deze crisis een blijvende invloed op ons onderwijs zal hebben.’

Hoe ga je om met de kwetsbaarheid van digitaal onderwijs? Systemen kunnen uitvallen, je hebt privacy issues, het is moeilijker om studenten te controleren…
‘Dat houdt ons uiteraard wel bezig, ja. Maar ook fysiek onderwijs heeft kwetsbaarheden. Als een docent ziek is, vallen lessen ook uit. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat er minder lesuitval is met opgenomen colleges, omdat het flexibeler is: docenten kunnen ze opnemen wanneer ze willen, studenten kunnen ze bekijken wanneer ze willen.
Ik ben blij dat we de afgelopen jaar veel in informatisering hebben geïnvesteerd. We waren bijvoorbeeld in staat om de Open Dagen op een mooie manier digitaal aan te bieden, dat gold niet voor iedere hogeschool, heb ik begrepen.’

Van docenten hoor ik je dat het wel een pittige opgave is om studenten momenteel gemotiveerd te houden. Digitaal onderwijs biedt vrijheid, maar er lijkt ook iets cruciaals te missen…
Je wilt inderdaad dat studenten in een leergemeenschap zitten. Je leert niet alleen van de docent, maar ook van je medestudenten. Het sociale proces, de fysieke aanwezigheid, die zijn zo extreem belangrijk. Het rendement van online onderwijs is gewoon lager. Contact met anderen stimuleert, disciplineert en motiveert. Als je alleen op je zolderkamertje zit, is het verrekte lastig om jezelf continu scherp te houden.’

Ik denk dat we niet meer terug kunnen naar de oude situatie, en dat we dat eigenlijk ook niet moeten willen

‘De meeste mensen hebben aansporing van docenten en medestudenten nodig, dat is heel menselijk. Alleen ja, dat weten we wel, we kennen de cijfers en feiten, maar daar kunnen we op dit moment gewoon niet zo heel veel mee. We moeten roeien met de riemen die we hebben.’
‘Er is gelukkig veel positiefs te zeggen over online onderwijs. Ik hoorde kort geleden nog een verhaal over een teleurgestelde Hanze-docent. Slechts een enkeling had zijn online ochtendles gevolgd. Wat bleek? Studenten keken zijn colleges niet live, maar later op de dag of ’s avonds. Digitaal onderwijs geeft dus ook de vrijheid die studenten wensen. De efficiency lijkt ook groter. Lessen zijn compacter, antwoorden bondiger en studenten lijken ook meer te durven vragen dan in een klaslokaal.’

Twitter CEO Jack Dorsey liet op 13 mei zijn personeel weten dat ze vanaf nu voor altijd thuis mogen werken als ze dat willen. Denk je dat de coronacrisis ook bij ons grote gevolgen heeft op de lange termijn?
Ik denk dat we niet meer terug kunnen naar de oude situatie, en dat we dat eigenlijk ook niet moeten willen. Thuiswerken zal ook na corona normaler worden. En dat heeft zo z’n voordelen. Ik heb wel eens een vergadering van anderhalf uur in Utrecht, dat kost me dan een halve dag aan reistijd, en ’s avonds denk ik dan: tsja, was dat het waard?
Moet je kijken wat meer thuiswerken zou schelen in vervoersbewegingen, in werkdruk… Maar tegelijkertijd denk ik dat heel veel collega’s er nu naar snakken om weer bij de koffieautomaat te kunnen staan, de voetbaluitslagen te bespreken en lekker te mopperen op het management. Ik hoop dan ook oprecht dat we elkaar op de één of andere manier toch nog even kunnen ontmoeten voordat de zomervakantie begint.’