Paulien Cornelisse: ‘Ik ben daar gek’

taal is echt haar ding‘Ik treed nooit op voor studenten’, vertelt Pauline Cornelisse. Maar met de uitverkochte collegezaal tijdens haar Hanzelezing voor Studium Generale heeft ze geen enkele moeite. Voor het echie heeft ze een whiteboard laten aanrukken. Daar schrijft ze in anderhalf uur woest allerlei dingen op, die ze even snel weer wegpoetst.

‘Hebben jullie al gemerkt dat zestienjarige meisjes midden in een zin punten gaan zetten?’, vraag ze de zaal. ‘Dit is. Eigenlijk niet. Mijn ding’. Ze snelt door naar andere taalverschijnselen. De vraagtekenheid, overal uitroeptekens achter laten klinken. In de USA zijn de punten al over, maar heerst nu onder jonge meisjes de vocal fry. Alles met een lage stem zeggen. ‘ Gaan wij ook doen’ , weet Cornelisse.

Ze nodigt de zaal uit opvallende taalverschijnselen ‘met haar te delen’ . Gelach. ‘ Overal ‘beter’ voor zeggen, roept een studente.

Die kent Cornelisse nog niet. Ze noteert de vondst en oefent even met de zaal.

Schorre meisjes. Kennen jullie dat al? Waarom doen ze dat? ‘Het is ook wel sexy. Toch iets van laat naar bed, corpsfeestjes, drank en luid zingen.’ Cornelisse heeft psychologie gestudeerd en duidt elk taalverschijnsel. Ook doet ze een proefje: ‘Allemaal de ogen dicht’. Ik tel tot drie en dan open doen’. Op het whiteboard staat: BEAMEN. De zaal blijkt te lezen be-amen, de andere beamen. ‘ EMAIL, ook zo’n woord’.

Snel volgen vieze woorden. ‘ Verbandje, dat kan ik niet gebruiken zonder allerlei nare gedachten’. De zaal vult aan: hondje, vleesje, gordeldier. ‘ Organist’, doet Cornelisse er nog een schepje bovenop.

Luisterend naar radio vier komt dat woord langs. Feilloos imiteert ze hoe het klinkt. De zaal lacht. Rompertje, mondgevoel, onderbuikgevoel, mok, sap, alle eenlettergrepige woorden zijn eigenlijk vies! Wild vlees. Of als je zegt: ‘ Ik moet op tijd gaan eten, want we hebben vanavond mee-eters’.

Tijd voor de fouten. Cornelisse is geen taalpurist. ‘ Dat zijn zeurpieten

die vermoedelijk vies eten en slechte sex hebben.’ Volgens haar heeft het Nederlands nog vijftig jaar, dan bestaat het niet meer. Wie maken zich druk om fouten? Leraren Nederlands. Waarom eigenlijk?

In een hilarisch betoog onderscheidt Cornelisse soorten fouten. De boek, het tafel, dat is iets van buitenlanders. Native speakers maken deze fouten niet. We zijn streng omdat we zelf onze talen spreken. Dan verwachten we veel van anderen.

De sociale fout gaat over iets dat in jouw groep niet gebruikelijk is. ‘Brommerd’ zeggen tegen een bromfiets. Hun in plaats van zij, enigste, als mij, niet dan mij, eigenlijks. Uit de zaal komen de Groningse voorbeelden: nodig zijn, het verschil tussen vliegen en muggen en neefjes. Kakfouten zijn ook social: ijskast is beter dan koelkast, taartje – gebakje, wc – toilet, het is allemaal een kwestie van sociale laag. Uit de voetballerij  kan Cornelisse bergen voorbeelden halen. De gebroeders De Boer: ‘ We hebben veel zelfvertrouwen in Ajax’. De onnavolgbare zinnen van Johan Cruijff.

Dan is er nog de generationele fout (dat je nog zegt ‘vet’ in plaats van ‘cool’), de psychologische fout (iets zeggen dat niet bij je past, bijvoorbeeld ‘maar hoe sta jij daar dan in’, ‘ik wil iets met je delen’, ‘ je moet het een plaatsje/plekje geven’). Ook zijn er ongepaste fouten. Raar Duits spreken. Hier onderscheidt Cornelisse de Nazi-stroming, de porno-stroming en het MTV-Duits. Moeiteloos imiteert ze ze alle drie.

Met een hilarisch verhaal van haar ontmoeting met Willem Alexander, dat ab-so-luut geheim moet blijven, komt ze op de foute grappen. De kroonprins vertelt dat piloten de passagiers wel ‘selfloading cargo’ noemen. Foute grappen vindt Cornelisse smakeloos en kwetsend. Bassieworst, en dan zeggen dat het een foute grap is, dat is heel erg.

Kinderfouten zijn wel weer schattig: verderkijker, baxinelichtje (staat immers in een bakje), waarneer, niemonade, slurfen in plaats van smurfen; Cornelisse ziet overal de lol van in. En ze stimuleert de zaal tot grote creativiteit. ‘ Ik word er helemaal spannend van.’

De anderhalf uur zijn snel voorbij. Cornelisse schuift achter de verkoop- en signeertafel. Van haar bestseller ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ zijn al meer dan een half miljoen exemplaren verkocht.