Ga naar de inhoud

Tien, vijftien, twintig of nul: hoeveel drankjes drinken studenten op een stapavond?

Hoeveel drankjes studenten drinken op een stapavond loopt flink uiteen. Studentenstem vroeg het, en kreeg antwoorden van nul tot ver boven de twintig.

‘Ik denk wel rond twaalf biertjes.’ Voor sommige studenten is het antwoord snel gegeven. Anderen moeten even nadenken. ‘Na zeven ben ik de tel kwijt, dus tien is wel een goede inschatting.’

De aantallen lopen sterk uiteen. ‘Tussen de tien en vijftien.’ Of: ‘Richting de vijftien, zestien.’ Sommigen gaan daar nog overheen. ‘Meer dan vijftien.’ En: ‘Tussen de vijftien en twintig denk ik.’

Een enkeling gooit er nog een schep bovenop. ‘Dertig.’ Of: ‘Ik had laatst twaalf blikjes voor mezelf. Ik dacht dat ik niet zoveel had gehad, maar de tray was op de volgende dag.’

Veel studenten houden het niet precies bij. ‘Ik doe het meer op gevoel.’ Of: ‘Ik ben na de achtste de tel kwijt.’ Soms hangt het van de avond af. ‘Ligt eraan wat voor dag het is en of ik morgen weer colleges heb.’

Bestuursjaar of vereniging speelt ook mee. ‘Dit jaar gaat het zeker omhoog, want ik doe nu bestuur.’ Anderen drinken vooral na sport. ‘Twee, drie biertjes na de voetbaltraining.’

Er zijn ook studenten die het rustiger houden. ‘Gauw iets van vier drankjes.’ Of: ‘Tussen de vijf en tien.’ Sommigen weten hun grens. ‘Ik kan niet zoveel aan.’

En er is een duidelijke groep die helemaal niet drinkt. ‘Nee, ik drink geen alcohol.’ Of simpelweg: ‘Nul. Echt nul.’ Een ander: ‘Ik drink gewoon water.’