Ga naar de inhoud

Impostersyndroom, reizen en richting vinden na je afstuderen

In aflevering 2 van Survival Guide voor Afstudeerders praat Maaike met Hinke van der Werf over reizen, impostersyndroom en de vraag hoe je koers houdt als iedereen iets van je verwacht.

Maaike opent de aflevering met het bekende gevoel: na zo’n twintig jaar onderwijs is ze afgestudeerd en blijft één vraag hangen. Wat nu? Ga je werken, reizen, verder studeren, of iets ertussenin. In Survival Guide voor Afstudeerders zoekt ze naar praktische handvatten om keuzes te maken in die nieuwe fase, waarin de structuur van het schoolsysteem ineens wegvalt.

De gast van deze aflevering is Hinke van der Werf. Zij is verpleegkundige en docent bij verpleegkunde. Daarnaast is ze medisch socioloog en deed ze na haar hbo-opleiding een master aan de universiteit, gevolgd door een promotietraject over jonge studerende mantelzorgers. Maaike benoemt ook dat Hinke twee langeafstandsraces te paard heeft uitgereden, één door Mongolië en één door Patagonië, en dat ze is genomineerd voor docent van het jaar.

Een pad kiezen, niet wachten op het perfecte pad

Hinke vertelt dat haar route na hbo-verpleegkunde niet zozeer begon met een strak plan, maar met inspiratie en omstandigheden. Een moeder van een vriendin, hoogleraar sociologie, wees haar op sociologie toen Hinke tijdens een stage merkte dat er ‘iets’ in de groepsdynamiek niet klopte, maar ze er de vinger niet op kreeg. Rond diezelfde periode brak Hinke haar arm op meerdere plekken, waardoor werken als verpleegkundige tijdelijk lastiger werd. Ze besloot daarna een master te gaan doen. Terugkijkend vat ze het samen met een motto dat vaker terugkomt in het gesprek: wacht niet op het beste pad, kies een pad en maak daar het beste van.

Reizen en extreme doelen als tegenwicht

Een groot deel van de aflevering gaat over avontuur en waarom mensen zichzelf opzoeken in iets dat ver buiten hun dagelijkse leven ligt. Hinke vertelt hoe ze via een stage in Delhi in India in contact kwam met mensen uit Mongolië, en hoe een uitnodiging om ‘dan maar eens te komen’ uiteindelijk uitmondde in meedoen aan een paardenrace. Ze vertelt dat ze pas jaren later daadwerkelijk meedeed, en dat een beenbreuk toen juist een aanleiding werd om een doel te kiezen om naartoe te werken.

Volgens Hinke was het niet alleen ‘avontuur’ dat trok. Ze legt uit dat de race ook raakte aan identiteit. Ze groeide op op een boerderij, kon goed paardrijden en omgaan met paarden, en in zo’n race kwamen kwaliteiten naar voren die ze in haar professionele leven minder nodig had. Het ‘survival’-element en het op eigen benen staan sloten daar volgens haar op aan.

Impostersyndroom als terugkerend thema

Het gesprek verschuift vervolgens naar het impostersyndroom. Maaike herkent het vanuit haar werk als fysiotherapeut: het gevoel dat je niet genoeg weet of kunt, dat je elk moment ‘door de mand’ kunt vallen, ook als anderen tevreden zijn. Hinke omschrijft impostersyndroom als het idee dat je niet voldoet aan verwachtingen, dat je jezelf een hoge lat oplegt en toch blijft twijfelen, ook wanneer het goed gaat.

Voor Hinke speelde dat sterk tijdens haar promotietraject. Ze noemt zichzelf een eerste generatie student en zegt dat promoveren voor haar voelde als ‘topsport voor je hoofd’. In die periode werd het paardrijden en het trainen voor de race een manier om ergens wél houvast te voelen. Ze noemt het achteraf een tegenwicht: als je je op één terrein klein en onzeker voelt, helpt het soms om iets te doen waarvan je zeker weet dat je het kunt.

Uit je bubbel om je eigen stem te vinden

Aan het eind van de aflevering vraagt Maaike wat je, met de kennis van nu, kunt doen om dichter bij jezelf te blijven. Hinke’s antwoord is concreet: ga uit je bubbel. Ze zegt dat veel mensen opgroeien en studeren in relatief homogene omgevingen, waardoor je al snel dezelfde adviezen en verwachtingen blijft herhalen. Door bewust andere perspectieven op te zoeken, bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk, programma’s binnen de Hanze of activiteiten buiten je eigen opleiding, word je minder afhankelijk van ‘de mening van je omgeving’ en ontwikkel je je eigen kompas.

Ze noemt ook alleen iets ondernemen, zoals ergens in je eentje naartoe gaan. Niet per se een verre reis, maar wel een situatie waarin je zelf keuzes moet maken en merkt dat de wereld niet instort als je het anders doet dan ‘normaal’. Het helpt, zegt ze, om vertrouwen te krijgen in je eigen beslissingen, ook als die beslissingen klein zijn.