Ga naar de inhoud
toxisch

In Prooidier ontleedt schrijfster Irene Wiersma de toxische relatie

Ooit studeerde ze aan de Academie voor Popcultuur en maakte ze naam als zangeres (de zangeres die ze nog steeds is). Inmiddels mag Irene Wiersma zich schrijfster noemen. In Prooidier toont ze de vele kanten van toxische relaties.

In de stem van Rudi hoort Kirsten een ‘kalm ruisende branding’. Tot die stem voelt ze zich aangetrokken en ook tot de man die eraan vastzit. Schrijfster Irene Wiersma neemt een slokje water en legt haar roman Prooidier voor zich op de ruim bemeten houten tafel in Uitgeverij Passage. Uit het boek steken vier kleine roze post-its. Ze geven fragmenten aan die Irene graag voorleest om te illustreren wat ze wil zeggen. Of nee, eigenlijk moeten de teksten vooral voor zichzelf spreken.

Ik ga je kapot maken en daar ga ik heerlijk van genieten, zegt Rudi met zoveel woorden

Het fragment waarin de kalm ruisende branding voorkomt, doet dat zeker. Kirsten neemt de telefoon op en het gesprek dat zich daarna ontspint doet het ergste vrezen: dit wordt een verhouding en niet zo’n beste ook. Rudi is dreigend en dominant, een man van nee-is-geen-optie en daar draait hij niet omheen: ik ga je kapot maken en daar ga ik heerlijk van genieten. Nee, Rudi zegt dat niet letterlijk, maar ze snappen allebei drommels goed dat dat is wat er gaat gebeuren. En Kirsten gaat erin mee. Waarom? In vredesnaam, waarom?
‘Veel mensen vinden het moeilijk te begrijpen’, zegt Irene. ‘Ze kunnen zich nauwelijks voorstellen waarom vrouwen de man die hen tart, mishandelt en misbruikt niet verlaten. Misschien dat ze dat na het lezen van Prooidier een beetje beter lukt.’

Sommige lezers zien in Berend, de man die is opgezadeld met het redder-syndroom, een kwade genius

Dat zou best weleens kunnen, want de roman laat geen aspect van wat men een toxische relatie noemt onbeschreven. Of misschien is beter om van het meervoud te spreken: toxische relaties, want Berend is er ook nog, Berend, de vriend van Kirsten. ‘Hem zou je iemand met een redder-syndroom kunnen noemen. Hij wil Kirsten redden uit de klauwen van Rudi. Hij blijft zich maar opofferen, waarmee hij de destructieve verhoudingen in stand houdt. Waarom doet hij dat? Sommige lezers vinden juist hém een kwade genius.’

De hoofdpersonen zijn beschadigd. Rudi is verslaafd aan de kicks die het mishandelen hem opleveren. Kirsten is verslaafd aan Rudi. Hij appelleert aan de vernedering waaraan ze in haar jeugd blootstond. ‘Tot aan intieme terreur aan toe, het is voor Kirsten allemaal heel bekend. Iva Bicanic zei het eens heel treffend: Seksueel misbruik is diefstal van je lichaam. Seks is voor Kirsten gekoppeld aan angst. Angst is onderdeel van opwinding, zonder angst geen opwinding, dat is een logisch gevolg van het eerdere seksueel misbruik. Op veel mensen komt dit vreemd over. En het is taboe, maar het is dus wel wat Kirsten goed kent. De onveiligheid lokt, want voor haar is dat bekend terrein. Je zou ook kunnen zeggen dat Kirsten, hoe angstig en onveilig ze zich ook voelt… dat ze vlucht in wat ze kent.’

‘Ergens had ik wel steeds in mijn achterhoofd: dit moet worden gepubliceerd, maar ik was vooral erg gedreven… ik moest en zou het schrijven’

De 39-jarige Irene, die ook aan de weg timmert als musicus, dichteres en illustratrice, schreef de roman van meer dan driehonderd pagina’s in anderhalf jaar. Best snel voor een debutant die niet eens wist dat ze met dit werk zou debuteren. ‘Ergens had ik wel steeds in mijn achterhoofd: dit moet worden gepubliceerd. Maar ik was vooral erg gedreven… ik moest en zou het schrijven, wat er verder mee gebeurde was tijdens het schrijfproces niet zo belangrijk.’
Wel belangrijk vindt de oud-studente van de Academie voor Popcultuur dat er meer begrip komt, dat mensen meer te weten komen over de thema’s die haar aan het hart gaan: van misbruik tot toxische relaties. Daar wil ze graag over zingen, schrijven en praten.

‘Het is een roman waarin je de ander beter kunt leren kennen, hoe onbegrijpelijk die in eerste instantie ook op je overkomt’

Een roman waarin de meeste mensen zichzelf eenvoudig kunnen herkennen, is Prooidier misschien niet, maar dat was ook niet Irenes bedoeling. ‘Het is een roman waarin je de ander beter kunt leren kennen, hoe onbegrijpelijk die in eerste instantie ook op je overkomt. Mensen oordelen vaak te snel en dan krijg je dingen als victim blaming. Als omstanders slachtoffers het idee geven dat ze zelf schuldig zijn aan wat hen is overkomen, is dat enorm schadelijk.’

Ze kijkt op en neemt een laatste slok van haar glaasje water. ‘Snap je het nog een beetje?’, vraagt ze, haast bezorgd. ‘Zet er maar bij dat het een roman is, fictie. Maar het is natuurlijk wel op iets gebaseerd. En mijn beschrijving van Groningen is best geslaagd, zeggen de lezers die de stad bijna net zo goed kennen als ik. Dat gebeurt trouwens niet vaak: een roman met Groningen als de plaats van handeling.’ Ze lacht: ‘Dat is nou wél weer heel herkenbaar.’


De roman Prooidier van Irene Wiersma is online te verkrijgen en in praktisch alle zichzelf respecterende boekhandels.
Op woensdag 28 mei geeft de schrijfster én oud-studente een gastles over haar werk en de daarmee samenhangende maatschappelijke thema’s op de Academie voor Popcultuur. Op maandag 18 augustus staat ze met Prooidier, de Voorstelling op het podium van &Literaturia tijdens het Groningse cultuurfestival Noorderzon.

toxische

Foto’s: Nienke Maat