Ga naar de inhoud
gresnoverschrijdend

Ook de Pabo worstelt met grensoverschrijdend gedrag

Wanneer noem je gedrag grensoverschrijdend? Wat is het moment waarop je aan de bel trekt? Ook op de Pabo worstelen ze met die vragen.

De Hanze gebruikt een ruime definitie van grensoverschrijdend gedrag. Het is wat de student zelf als grensoverschrijdend ervaart. Dat klinkt prima, maar wanneer erváár je iets als grensoverschrijdend? Dat is lang niet altijd duidelijk. Anneke, ex-studente van de Pabo, maakte ooit iets vervelends mee met een docent. ‘Dat gaf me een gevoel van onveiligheid en onzekerheid. Maar ik heb het niet als grensoverschrijdend ervaren.’

De grens tussen de plank misslaan en daadwerkelijk grensoverschrijdend gedrag is wazig

De Pabo is dé opleiding waarbij je toekomstige beroep al vanaf moment één voor je neus staat. ‘We zijn ons als docenten bewust van onze voorbeeldfunctie’, stelt Pabo-docent Mark Timpen. Met een collega startte hij vierenhalf jaar geleden met het op de agenda zetten van diversiteit en gender binnen de opleiding. (Meerdere studenten slaakten toentertijd een zucht van verlichting: eindelijk een Gender & Sexuality Alliance).

Het is niet zwart-wit. De grens tussen de plank misslaan en daadwerkelijk grensoverschrijdend gedrag is wazig. ‘Collega’s en studenten kampen met handelingsverlegenheid’, zegt Mark. Studenten vinden het lastig om zich daadwerkelijk uit te spreken als ze iets niet oké vinden. ‘Een docent maakte laatst een gekke opmerking waar ik een beetje ongemakkelijk van werd. Hij keek me heel nadrukkelijk aan toen hij dat zei. Op het moment zelf overviel het me. Ik denk dat het normaal is om het ongemak eerst op jezelf te betrekken, dat je denkt dat het wel aan jou zal liggen. Pas later dacht ik: mmm, dat was toch wat gek en het lag misschien niet aan mij’, zegt eerstejaars Mieke.

Ik geloof dat het voor mij voldoende was om het voorval met anderen te bespreken

Mieke vond het lastig om er met de docent over te beginnen. Niet omdat hij niet aardig is, misschien wel omdat hij dat juist wél is. ‘Wel hebben we het later als klas besproken. We kwamen met z’n allen tot dezelfde conclusie: het was überhaupt een vreemd gesprek en de docent speelde daarin de hoofdrol. Ik geloof dat het voor mij voldoende was om het voorval met anderen te bespreken. Daarmee kun je het afsluiten en het niet groter maken dan dat het is. Ik was niet de enige die het ongemakkelijk had gevonden en dat maakte dat ik het niet meer persoonlijk opvatte.’

De normen en waarden van de stageschool zijn soms in strijd met je persoonlijke normen en waarden

Docenten hebben lang niet altijd door hoe hun gedrag op studenten overkomt en hoe die daar soms mee worstelen. ‘Ik geloof dat we op de opleiding maar het topje van de ijsberg meekrijgen’, zegt Mark. ‘Dat er veel meer onder water gebeurt dan dat we door hebben.’

Volgens Mark weten studenten de docenten wél goed te vinden als het gaat om wrijving op hun stageplaats. ‘Ze komen naar ons toe wanneer ze daar niet helemaal lekker op hun plek zitten. De normen en waarden van de school zijn soms in strijd met hun persoonlijke normen en waarden.’ Mark geeft het voorbeeld van een student die in transitie was. ‘Die mocht de klas wél vertellen dat er een verschil kan zijn tussen hoe je eruit ziet en hoe je je voelt. Maar aangeven dat het voor hen zelf gold… dat kon niet.’ Dit soort situaties, waarbij studenten niet geheel zichzelf mogen of kunnen zijn op hun stageplek, ziet Mark tot zijn spijt wel vaker. ‘Soms komen we tot de conclusie dat de stageplek geen veilige omgeving is voor die student.’

‘De docent ging er heel zorgvuldig mee om, daardoor kon zij haar ervaringen met de hele klas bespreken’

Hoe bespreek je een gevoelig onderwerp als onveiligheid? Mieke herinnert zich haar klasgenoot tijdens een les over religie. ‘De religieuze overtuigingen van haar familie hadden ertoe geleid dat ze geen contact meer met ze heeft. Ze had dit vóór de les besproken met de docent. Ook na de les informeerde de docent of het oké met haar was.’ Mieke vindt dat een goed voorbeeld van hoe je persoonlijke problematiek in de les aan de orde stelt. ‘De docent ging er heel zorgvuldig mee om, daardoor kon zij haar ervaringen met de hele klas bespreken.’

Het creëren van een dergelijke safe space is volgens Mark heel belangrijk. ‘We besteden er veel aandacht aan. Maar we zouden zeker méér kunnen doen.’ Gevoelens van onveiligheid zijn volgens hem ‘altijd echt’ en het bespreken van dat gevoel is nuttig. ‘De bevestiging van iemand met wie je je ervaring hebt gedeeld, kan het verschil zijn tussen een vervelende ervaring en een traumatische.’

Mark vindt dat alle docenten moeten leren hoe ze onveilige situaties herkennen

Mark, die zich zelf ook weleens onveilig heeft gevoeld, is getraind in het omgaan met grensoverschrijdend gedrag. ‘Ik maak me weleens zorgen om collega’s. Hebben zij wel de handvatten om met dit soort situaties om te gaan?’ Hij vindt dat alle docenten moeten leren hoe ze onveilige situaties herkennen. ‘Ook hun kan het overkomen, in contact met collega’s of met studenten die hun grenzen over gaan.’

Mark ziet het betrekken van collega’s bij dit onderwerp als een grote uitdaging. ‘Er is een generatiekloof. De normen en waarden van collega’s verschillen, op individueel en op professioneel vlak. Bij voorlichtingen over dit soort onderwerpen zie ik alleen degenen die er al mee bezig zijn. Collega’s waarvan ik denk dat ze veel kunnen leren, komen niet. Wellicht dat de angst voor het onbekende hen ervan weerhoudt om er over te leren.’

‘We hebben veel aandacht besteed aan de safe space. Nu werken we toe naar de brave space’

De Pabo werkt samen met het expertisecentrum diversiteitsbeleid ECHO. ECHO helpt de Pabo om moeilijke vraagstukken stap voor stap uit te pluizen. ‘Goed onderwijs begint bij de docenten’, zegt Mark. ‘We hebben veel aandacht besteed aan de safe space. Nu werken we toe naar de brave space.’ Een brave space is een leeromgeving waarin studenten worden aangemoedigd om uit hun comfortzone te stappen en moeilijke, ongemakkelijke gesprekken over gevoelige onderwerpen aan te gaan.

Mieke weet welke stappen ze kan zetten, maar of ze dat echt zou doen… daar twijfelt ze aan

Pabo-studenten kunnen met vragen naar hun studieloopbaanbegeleider stappen. Maar ze kunnen ook direct naar het SLB-bureau gaan, het bureau waarvan Mark de coördinator is. ‘De deur staat altijd open. Studenten zijn vrij om binnen te lopen. Wij kijken mee wat er nodig is en wie de studenten kunnen inschakelen.’
Mark is ervan overtuigd dat Pabo-studenten goed weten welke stappen ze kunnen zetten op het moment dat ze grensoverschrijdend gedrag hebben ervaren.
Eerstejaars Mieke weet dat inderdaad, maar of ze die stap echt zou zetten… daar twijfelt ze aan. Want ook al zijn er veel voorwaarden aanwezig, de handelingsverlegenheid blijft.

Illustratie: Yateesha van Loon