Opening hogeschooljaar Hanze

‘Op dit moment vindt in het Academiegebouw het Noordelijk lijsttrekkersdebat plaats’, begint voorzitter Henk Pijlman de officiële opening van het hogeschooljaar 2012-2013. ‘Toch is de rector van de Rijksuniversiteit Groningen hier aanwezig. Ik weet wel waarom. Daar hebben ze spektakel, wij hebben inhoud.’

Die inhoud moet allereerst komen van gastspreker Alexander Rinnooy Kan, tot vorig jaar voorzitter van de Sociaal-Economische Raad en vanaf september hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam.

Zijn pleidooi voor meer investeringen in het onderwijs is inderdaad een stuk inhoudelijker en genuanceerder dan een gemiddeld verkiezingsdebat. Volgens Rinnooy Kan is er veel positiefs te melden over het Nederlands onderwijs, zo bleek ook uit het nieuws van vandaag dat Nederland tot de top-vijf van beste economieën ter wereld behoort.  

Toch zijn er nog voldoende belangrijke aandachtspunten, vindt Rinnooy Kan. Hij maakt zich zorgen over het feit dat één op de drie studenten al in zijn eerste jaar stopt met zijn studie en over het lage percentage (drie procent) uren dat docenten gebruiken voor deskundigheidsbevordering.

Onderwijs heeft volgens Rinnooy Kan weinig vijanden in de politiek, maar ook maar weinig echte vrienden. Hij hoopt dat partijen ook na de verkiezingen echt willen investeren in het onderwijs.

Rinnooy Kan heeft alle verkiezingsprogramma’s goed doorgenomen. Eén zin uit het programma van de PVV wilde hij graag delen met het publiek: ‘”Ook als je pappie geen rijke D66’er is, moet je kunnen studeren.” Mijn kinderen zullen het daar vast mee eens zijn.’

HG-voorzitter Henk Pijlman benadrukt in zijn openingsrede het grote belang van hogescholen. ‘Tweederde van de studenten wordt opgeleid aan het hbo.’ Ook heeft het hbo een belangrijke emanciperende functie omdat zestig procent van de studenten uit gezinnen komt waarvan de ouders nooit hoger onderwijs hebben genoten. Pijlman is bang dat nieuwe regelingen als de langstudeerboete en het sociaal leenstelsel zullen leiden tot barrières voor vooral die eerste-generatiestudenten.