Opnieuw heel mooi werk op de première-avond van Medialism
De slotavond van de minor Medialism gaf een inkijkje in wat studenten allemaal kunnen met een camera, een idee, samenwerking en toewijding.
Het allermooiste klaprozenveld van Nederland bevindt zich in Anderen. Nee, dit is geen goede omschrijving. Het moet anders. In Anderen bevindt zich een wilde-bloemenveld, waar zich in de afgelopen vijf maanden een bijzonder moment voordeed. Het was het moment waarop de morgendauw en de opkomende zon de klaprozen in het veld op hun allermooist deden schitteren.
Dat de makers van Poppy precies dit moment op beeld wisten te vangen zou een kwestie van toeval kunnen zijn, maar dat is het vermoedelijk niet. De moeite en de aandacht die nodig zijn om zo’n fragment vast te leggen, tonen namelijk toewijding. En die toewijding kenmerkt deze korte documentaire. Van de fijnzinnige animaties waarmee Poppy begint tot en met de laatste ontroerende woorden… alles ademt toewijding uit. En vakmanschap, dat ook.
Toch zijn de makers gewoon vijf studenten van de minor Medialism. De Medialism-studenten besloten in februari om vrijwel uit het niets ‘een film of een docu’ te gaan maken (met hulp van een team Medialism-docenten, dat wel). Extra obstakel: de studenten kwamen uit zeer verschillende landen en culturen. Van Japan tot Bulgarije, van Korea tot Spanje en Iran.
Sawyer vermoedt dat Poppy één van de Canadese militairen was die de Duitse troepen uit Groningen verjoegen
Tijdens de Medialism Premiere Night op 22 en 23 juni toonden de minorstudenten het resultaat van dat werk in de grootste zaal van het Groninger Forum (de Rabo Studio).
Een poppy (Engels voor klaproos) is het internationale symbool voor de herdenking van oorlogsveteranen. Maar Poppy is ook de (bij)naam van de overgrootvader van de Canadese student Sawyer Bloxham.
Sawyer is de verteller in de documentaire én de man van het achterliggende idee. Zou hij Poppy beter kunnen leren kennen, anders dan de bijna mythische figuur uit de verhalen die rondzingen in de familie? Poppy was één van de Canadezen die Nederland bevrijdden, en Sawyer vermoedt dat Poppy er ook bij was toen de Canadezen de Duitse troepen uit Groningen verjoegen.
Wat men van iedere docu verwacht, doet Poppy ook, ze laten een deskundige aan het woord. Historicus Joël Stoppels heeft uitgevogeld dat Poppy op 16 april 1945 inderdaad één van bevrijders van Groningen zal zijn geweest (hoewel hij dat niet met honderd procent zekerheid kan zeggen).
‘Ze zegg’n dat de Tommies al op Eelde binn’n’
De studenten laten het echter niet bij de deskundige, ze verlevendigen het beeld van die tumultueuze dagen door Ton Andringa (1936) aan het woord te laten. Die herinnert zich als de dag van gisteren wat samenscholende volwassenen aan de vooravond van het vertrek van de bezetter zachtjes rondfluisterden. ‘Ze zegg’n dat de Tommies al op Eelde binn’n.’ En de volgende dag, terwijl het oorlogsgeweld oorverdovend was en onbekende troepen naderden, rende een buurtgenoot de straat van de toen negenjarige Andringa in: ”t Bent de Canadezen!’
Het is kenmerkend voor de documentaire, ieder thema wordt bijna tastbaar. Als zijn moeder hem tijdens een telefoongesprek laat vallen dat Sawyer verre familie in Zeeland heeft, richt de camera zich het volgende moment al op Nilda en Theo Rootsaert in het Zeeuws-Vlaamse Eede. Als Sawyer zucht dat het wel heel erg sterk zou zijn als er nog soldaten zouden leven die Groningen bevrijdden, verschijnt de krasse veteraan Jim Parks (101) in beeld.
Een grappig moment, maar meer voor de makers dan voor het publiek
De zwart-witbeelden van de oprukkende Canadezen doen het goed, net als de sfeerbeelden van Sawyer (zoals die scène in het klaprozenveld). Dat Sawyer spreekt met een mooie, ontspannen voice-overstem, laat de docu nóg professioneler overkomen.
Maar als we dan toch ook een beetje kritisch moeten zijn. De achteraf alom geprezen Nederlandse studente Chloe Barneveld (zij schijnt bergen werk te hebben verzet) komt één keer vluchtig in beeld. Dat is wanneer de 91-jarige Gerrie Barneveld zegt dat Chloe haar enorme foto-archief over de Tweede Oorlog maar moet komen uitpluizen omdat zijzelf er nog geen tijd voor heeft gehad. Een grappig moment, maar meer voor de makers dan voor het publiek.
Poppy is een zeer geslaagde docu en de zoektocht van Sawyer Bloxham blijkt ook een succes. ‘Ik heb Poppy beter leren kennen’, zegt hij met die ontroerende laatste woorden, ‘niet als de mythe die hij was, maar als een man… een goede man.’
The Signs We Missed is een indrukwekkende vertelling over femicide, hartverscheurend en informatief
De andere producties doen er niet veel voor onder. Glad IJs is een degelijk, misschien iets te lang, portret van schaatser Remo Slotegraaf uit Peize. Mocht Slotegraaf zich binnenkort gaan meten met de internationale top, en dat is helemaal geen gekke veronderstelling, dan kunnen beelden uit Glad IJs dienen als herinneringen aan de tijd dat er aan de bergtoppen diepe dalen vooraf gingen.
The Signs We Missed is een indrukwekkende vertelling over femicide in het algemeen en twee gevallen in het bijzonder. De ouders van Sandra Stoppelenburg en Nadia Beemsterboer eren hun dochters met een verhaal dat even hartverscheurend als informatief is. Wie deze documentaire heeft gezien, weet waar de rode vlaggen van partnergeweld hangen. En dat was precies het doel van de makers.
De korte film Seen is niet alleen een film, maar ook een gedicht, een monoloog en een gekmakende zoektocht
De twee andere producties vallen in de categorie korte film, al is dat in het geval van Seen misschien een te beperkte aanduiding. Seen is namelijk óók een gedicht, een monoloog en een gekmakende filosofische zoektocht. De camera volgt Weronika Tomkiewicz die zich op allerlei manieren afvraagt wie we eigenlijk zelf zijn als we ons steeds afmeten aan hoe we worden gezien? Een mooi thema in een tijd waarin beelden van onszelf en de anderen alomtegenwoordig zijn. De film is in zwart-wit geschoten. Een prima keuze. Zwart en wit zijn tegenstellingen, net zoals de door Weronika in hoog tempo voorgedragen zinnen vol tegenstellingen zitten.
In een troebele sfeer krijgt het publiek hallucinante flarden te zien van wat Nasrin zo verdrietig maakt
Dissonant Blues is bijna het omgekeerde van zwart-wit. De openingsscène, geschoten langs de groene boorden van het Hoornse Meer, is licht verontrustend. Een jonge man (een rol van Nick Willems), neemt plaats op een bankje naast een triest voor zich uitstarende jonge vrouw (Nasrin Reshadi). Ongemakkelijk. De man spreekt haar aan en vraagt haar om mee te wandelen. Ze doet het. Niet heel geloofwaardig, denkt de kijker. Maar dat is het wel, zo zal blijken uit de flashbacks uit Nasrins verleden die erop volgen. In een troebele sfeer krijgt het publiek hallucinante flarden te zien van wat Nasrin zo verdrietig maakt. De filmmuziek en de zachte kleuring van de beelden zorgen voor een intrigerend schouwspel. De filmmakers leggen het er niet dik bovenop, niet álles wordt duidelijk. Het is een nare droom die werkelijkheid is en toch mooi eindigt. Hoewel? Dat mag de kijker uitmaken.
Foto: verteller Sawyer Bloxham (links) en Chloe Barneveld vieren de geslaagde première van Poppy