Special Price For You in poppenkast Bali

anique-bali-baliEén eiland, twee werelden. Tussen deze werelden bestaat een wereld van verschil. De toeristische wereld met haar typische toeristen en het traditionele Balinese Bali te midden van de locals, zeg maar: het Bali-Bali. Mijn liefde voor Bali-Bali is duizendmaal groter.
Ubud is hét culturele centrum van Bali. 33 kilometer van Kuta en 28 kilometer van Denpasar. (Leuk feitje: de film Eat, Pray, Love, met Julia Roberts in de hoofdrol, is hier opgenomen.)
De plaats zelf heeft er achtduizend, maar als je de vele omliggende dorpen meetelt hebben we het over zestigduizend inwoners. Waarom zo ontzettend veel? Toerisme! In 1930 liet de plaatselijke vorst Ubuds eerste hotel bouwen en een paar jaar later stichtte hij Pita Maha, een genootschap van binnen- en buitenlandse schilders.
Nieuwsgierig als we zijn besluiten mijn reisgenoot Chantal en ik het stille Seraya voor een weekend te ontvluchten en ons onder te dompelen in het bruisende Ubud. Op de scooter natuurlijk, dat hoort op Bali.
Je hoeft geen plaatsnaambord te zien om te weten dat je er bent. Er is een duidelijke scheidslijn tussen Bali-Bali en Ubud. Ubud is chaos: honderden scooters, toeterende auto’s en overal mensen. En ja, blanke mensen. Als je ze al niet aan hun huiskleur herkent, dan wel aan hun omvang: in één blanke passen twee gemiddelde Balinezen.
Nog geen tien meter voorbij de scheidslijn komt de eerste Balinees naast ons tuffen. ‘Looking for a room? Special price for you.’ Uitpakken maar!
Een eindje lopen om de eerste indrukken van Ubud op te doen is flink vermoeiend. Ik overdrijf niet: binnen een kwartier wordt ons twintig keer gevraagd of we behoefte aan transport hebben. De eerste keer zeggen we vriendelijk: ‘No, thank you.’ De twintigste keer grommen we: ‘Nooooo!’ Twee straten verderop: ‘You wanna massage? Special price for you.
Vier straten verder word ik telkens nog net niet naar binnen gesléurd in het straatje vol restaurantjes. Altijd fijn om drie uur ’s middags. De rijstterrasbewoner heeft het toerisme ook ontdekt. Een Balinees lijkt vriendelijk aan te bieden of ik met hem op de foto wil, waarna hij mij er geld voor vraagt. Het moet toch zeker niet gekker worden?
Eén grote poppenkast. Toeristen komen naar het o zo goedkope en prachtige Bali. Niet om het traditionele Bali-Bali te ontdekken, maar om zichzelf voor een habbekrats in de watten te laten leggen. Massages van een uur voor vier euro en uit eten voor hetzelfde bedrag, dat ís natuurlijk ook wel erg aantrekkelijk. Toch trekt die hele heisa mij totaal niet. Ik ben blij als we weer de scooter op stappen. Selamat tinggal Ubud, halo Seraya! Oftewel: doeg Ubud, hallo Seraya!

Anique Wijnhoud,
studente Toegepaste Psychologie