Ga naar de inhoud
functiebeperking

Studeren met een functiebeperking kost vooral veel energie

Er zijn genoeg voorzieningen voor studenten met een functiebeperking, maar zie die maar eens te vinden. Ergotherapiestudente Anna deed er onderzoek naar.

‘Het moet wel vanuit jezelf komen. Je moet veel zelf regelen, terwijl juist dát energie kost.’ Die uitspraak van een student met een functiebeperking is Ergotherapiestudente Anna Woldendorp goed bijgebleven. Anna en haar studiegenote Lieke Bakhuis studeerden vorig jaar af op een onderzoek naar studeren met zo’n, voor de buitenwereld vaak niet zichtbare, beperking. ‘We kregen een lijst met mogelijke onderzoeksonderwerpen en dit thema sprak Lieke en mij aan, juist omdát deze doelgroep minder zichtbaar is’, zegt Anna.

‘De Hanze besteedt veel aandacht aan toegankelijkheid, maar er is nog genoeg ruimte voor verbetering’

Vooraf dacht de twee afstudeerders dat toegankelijkheid het grootste thema zou worden. ‘Maar uiteindelijk ging het veel vaker over de energie die het kost om steeds opnieuw voor jezelf op te komen en het juiste loket te vinden.’

Anna en Lieke brachten de ervaringen van studenten en onderwijsmedewerkers in Noord- en Midden-Nederland in kaart. ‘Zij geven aan dat de Hanze veel aandacht besteedt aan toegankelijkheid. Maar ook dat er genoeg ruimte voor verbetering is.’

Toegankelijkheid begint bij de vraag of studenten weten waar ze terechtkunnen. ‘Wat we heel veel terughoorden, is dat studenten ontzettend proactief moeten zijn. Ze moeten zelf zoeken, regelen en uitvinden waar ondersteuning te vinden is. Zeker in het eerste jaar missen ze daarin de begeleiding.’

‘De weg naar de decanen en Student Support blijkt lastig te vinden’

Eén student verwoordde het treffend: ‘Het is niet zo dat de docenten ermee komen of dat de school vertelt: hé, dit zijn de mogelijkheden. Rekening houden met mensen die een beperking hebben, is niet vanzelfsprekend.’ Volgens Anna zit daar de uitdaging. ‘Als studenten eenmaal bij een decaan of Student Support terechtkomen, zijn ze meestal heel tevreden over de ondersteuning die ze krijgen. Maar de weg daarnaartoe blijkt lastig te vinden. De zaken die online staan zijn vaak erg algemeen.’

Een ander opvallend thema is de stage… die vormt vaak een moeilijk te nemen hindernis. ‘Niet omdat deze studenten het werk niet aankunnen, maar omdat de norm van 32 tot 40 uur per week vaak niet aansluit bij hun belastbaarheid’, zegt Anna. ‘Een stage moet gaan om wat je kunt leren. Deze studenten vinden dat je wat minder moet gaan zitten op die uren die je moet maken. Het gaat erom dat je relevante kennis en ervaring opdoet.’ Daarbij kan maatwerk het verschil maken. Zo vertelde een student: ‘Bij mijn stage mocht ik drie dagen stagelopen in plaats van vijf. Dat heb ik echt als heel chill ervaren.’

Door de manier waarop het onderwijs is ingeregeld, ontstaan er onbedoeld obstakels voor deze studenten

Hoe nuttig en nodig zulke aanpassingen ook zijn, in de huidige praktijk komen ze te weinig voor. En dat geldt volgens Anna en Lieke niet alleen voor de stage. ‘Door de manier waarop het onderwijs is ingeregeld, ontstaan er onbedoeld obstakels voor deze studenten. Lange lesdagen, wisselende roosters en weinig structuur vragen veel van studenten die leven met chronische pijn of vermoeidheid.’ Zo vertelde een student: ‘Ik kon gewoon geen volledige dagen naar school, ik moest dus echt filteren welke lessen belangrijk waren.’

De mogelijkheid om online onderwijs te volgen kan net het verschil maken tussen wel of niet studeren

Anna merkt op dat de behoeften van de studenten uit deze groep uiteen kunnen lopen. ‘Sommige studenten hebben behoefte aan structuur en vastigheid, andere hebben juist baat bij méér flexibiliteit, zowel qua lestijd als qua onderwijsvormen.’
Voor sommige studenten is de mogelijkheid om, al dan niet gedeeltelijk, online onderwijs te volgen een uitkomst. Anna: ‘Het kan net het verschil maken tussen wel of niet kunnen studeren. Je hoeft dan niet elke keer te reizen en je kunt vaker je eigen tempo kiezen.’

Het merendeel van de studenten met een functiebeperking komt gewoon naar de campus. Daar vinden degenen die op een auto zijn aangewezen een andere hinderpaal op hun weg: parkeren. ‘Wie last heeft van chronische pijn of ernstige vermoeidheid, krijgt niet automatisch toegang tot een aangepaste parkeerplaats. Die zijn namelijk bestemd voor mensen die een invalidekaart hebben. Lang niet alle studenten die wij aan de tand voelden, hebben die’, zegt Anna. ‘Ze moeten dan grote afstanden afleggen. Voor hen zou het het handigst zijn om zo dicht mogelijk bij een gebouw te parkeren, zodat ze niet te veel energie kwijt zijn.’ Afgezien van het parkeren vinden de meeste ondervraagden de campus goed toegankelijk. ‘Ze waarderen vooral de brede looppaden, de schuine stoepen en de brede ingangen.’

Studenten met een functionele beperking voelen zich geaccepteerd op de Hanze: ‘Er is er veel empathie’

In de gebouwen kunnen kleine aanpassingen een groot verschil maken. ‘Verstelbare stoelen, rustige werkplekken of duidelijkere informatie over rustruimtes, zorgen ervoor dat deze studenten kunnen meedoen.’ Opmerkelijk: ook hier is er weer een verschil tussen beleving en werkelijkheid. ‘De studenten misten rustruimtes op de Hanze, de facilitair medewerkers zeiden dat die er al zijn. Ook hier zit dus een gat tussen wat de Hanze aanbiedt en wat studenten weten te vinden.’

Hanzestudenten met een functionele beperking voelen zich wél geaccepteerd, zo blijkt uit het onderzoek. ‘Wanneer mensen het weten, is er veel empathie. Als je aan de voorkant aangeeft wat je wel en niet kunt, biedt de Hanze daar veel ruimte voor.’ Daar hebben Anna en Lieke een goed gevoel aan overgehouden. ‘Wij hebben het idee gekregen dat medewerkers studenten graag willen helpen. Alleen moeten studenten hen wel eerst weten te vinden. Als we de toegankelijkheid willen verbeteren, kun je op dat vlak de meeste winst boeken.’

Foto: Tábata Vilches Maldonado