Ga naar de inhoud

Van spinnen tot falen: dit zijn de grootste angsten van studenten

De grootste angst van studenten zit soms in iets kleins, soms in iets groots. Van spinnen en hoogtes tot falen en verlies.

‘Dat er iets gebeurt met mij of mensen die ik lief heb.’ Voor veel studenten zit de grootste angst niet in iets tastbaars, maar in verlies. De dood wordt meerdere keren genoemd als ‘een heel eng concept’, net als het idee om dierbaren kwijt te raken.

Tegelijk zijn er ook heel concrete angsten. Spinnen komen opvallend vaak voorbij, net als hoogtes en diep water. ‘Je weet niet wat erin zit’, zegt een student over die laatste. Een ander noemt wilde dieren en slangen, terwijl iemand anders juist alles wat met horror te maken heeft vermijdt.

Sommige angsten zijn ontstaan door ervaringen. Zo vertelt een student dat hij na een gebroken vinger en het zien van een röntgenfoto daar nog steeds bang voor is. Een ander noemt brandalarmen als grootste angst, niet eens brand zelf, maar het geluid.

Ook lichamelijke kwetsbaarheid speelt een rol. Studenten noemen de angst voor blessures of ongelukken, vooral omdat dat hun vrijheid zou beperken. ‘Dat je je leven niet meer kan leven’, of vast komt te zitten op één plek, zonder naar buiten te kunnen of vrienden te zien.

Naast fysieke en concrete angsten zijn er ook sociale en mentale zorgen. Onderuitgaan waar iedereen bij is, of ‘te dronken zijn’ en de controle verliezen. En vooral: wat er daarna volgt. Schaamte, twijfel, of het gevoel dat je iets verkeerd hebt gedaan.

De toekomst vormt voor veel studenten misschien wel de grootste bron van angst. Falen, niet slagen, of een droom niet waarmaken. Sommigen zijn bang vast te komen zitten in werk dat ze niet leuk vinden, anderen vragen zich af of ze later wel succesvol zullen zijn.