Vindicat-rector Floris Hamann: ‘Vanaf je inschrijving moet je jezelf verdedigen’

Het illegale feestje dat enkele leden van Vindicat afgelopen week vierden, betekende weer een flinke deuk in de toch al niet goede reputatie van Vindicat. Aan rector Floris Hamman de moeilijke taak om niet alleen Vindicat te leiden, maar ook met horten en stoten de reputatie van zijn vereniging te verbeteren. Nienke van der Wal sprak, nog voor het feest-incident, met Floris over de haat tegen Vindicat, verantwoordelijkheid en de skitrip naar Noord-Italië.

Terwijl de Martinitoren in volle glorie boven het zonovergoten dakterras van sociëteit Mutua Fides uitstijgt, steekt Floris Hamann, senatus rector van studentencorps Vindicat Atque Polit zijn volgende sigaret op. Zijn ogen half dichtgeknepen, glimlachend met de sigaret in zijn mondhoek: ‘Ik zeg maar zo: Een reputatie komt te voet en gaat te paard, en dat geldt voor Vindicat nu al tweehonderd jaar.’  

Rector van Vindicat, één van de bekendste maar ook beruchtste studentenverenigingen van Nederland. Floris durfde het aan, toen hij eind 2018 met grootse plannen en ideeën de senaatskamer binnenwandelde. Voor de media is hij nu het gezicht van Vindicat, maar voor zijn vrienden is hij gewoon ‘Fos’, een jongen uit Amsterdam die het beste uit zijn studententijd wil halen. 

De studentenstad van Nederland
‘Ik vond Amsterdam geen leuke studentenstad en ik wilde iets anders doen dan mijn tweelingbroer. Waar moet je dan zijn als student? Groningen natuurlijk. Mijn ouders komen uit Oost-Duitsland en hadden geen idee van de studentencultuur in Nederland. Gelukkig maar. Ik wilde helemaal opnieuw beginnen. Ik ben er blanco ingegaan, ik zou het wel zien. 

Hij doorliep de KEI-week als iedere nieuwe student in Groningen, het was zijn verblijf in een Vindicat-huis dat de doorslag gaf. ‘Ik heb heel veel studentenverenigingen bezocht, maar de jongens waarbij ik logeerde wisten me te overtuigen dat hun vereniging de leukste was. Ik ben heel blij met die keuze. Mijn huis, mijn clubgenoten, alle vrienden die ik heb gemaakt, mijn vriendin: ik heb alles te danken aan deze vereniging.’  

Iets teruggeven aan Groningen
Als je bij Vindicat komt, wordt één ding direct duidelijk: dit is niet de studentenvereniging waar je je bij inschrijft zonder te weten waarom. ‘Er wordt van alle leden verwacht dat ze zich inzetten voor de vereniging. Dat maakt het eerste jaar erg leuk en intensief, want je helpt heel veel bij evenementen. Niks is verplicht natuurlijk, je hebt een eigen keuze. Maar we verwachten wel betrokkenheid. Dat is onze kracht en dat maakt Vindicat uniek.’ 

Door Floris’ enthousiaste betrokkenheid rolde hij van de ene commissie in de andere. ‘Ik vond het echt leuk om te helpen. Als student maak je gebruik van wat de stad je te bieden heeft. Natuurlijk profiteert Groningen ook van jou, maar ik vind het een plicht dat je wat teruggeeft. De rol van Vindicat is ervoor zorgen dat je de kans krijgt dat op allerlei manieren te doen. Je kan het zo gek niet bedenken, of wij willen het mogelijk maken. Zo willen we mensen in Groningen met elkaar verbinden. Ik vind dat een hele mooie rol om te hebben als vereniging.

We houden niemand het hand boven het hoofd en dat mag ook nooit meer zo overkomen

Floris was bijna klaar met zijn bachelor, maar hij was nog niet klaar met Groningen. Al snel begon hij te dromen over een jaar in het senaat van zijn vereniging. ‘Ik had heel veel ideeën over waar ik naar toe wilde met de vereniging. Als rector krijg je de kans om echt impact te hebben, iets te veranderen. Ik wilde iets terugdoen voor de vereniging die mij zoveel heeft gegeven.’ 

Na een sollicitatieperiode, een half jaar intensief inwerken en een overdrachtsweekend, staat zijn naam officieel als rector van Vindicat op alle papieren. ‘Het is natuurlijk wel raar, hè. Je wordt van de ene op de andere dag ‘Meneer de rector’ genoemd, ook door reünisten. Er zijn momenten dat naar jou wordt gekeken en dat je weet dat je een voorbeeld moet zijn. Eerstejaars komen net uit de introductietijd en die kijken heel erg op naar het senaat, dat is ook hoe wij onszelf tijdens zo’n introductietijd neerzetten. We zijn er constant mee bezig dat zij weten dat wij er voor hen zijn. En als er ook maar iets is, ze naar ons toe durven te komen. We houden niemand de hand boven het hoofd en dat mag ook nooit meer zo overkomen.

 

De media-aandacht
Het leidinggeven aan de hele vereniging en de horecaonderneming die Vindicat ook is, vraagt veel verantwoordelijkheid. Dat levert Floris soms slapeloze nachten op. ‘Ik denk dat je als 23-jarige nergens zoveel verantwoordelijkheid krijgt. Je moet keuzes maken waar niet iedereen blij mee zal zijn. Daarbij komt ook dat wij altijd in het blikveld van de media staan. De dagen van onze skireis in Italië waren de meest leerzame dagen uit mijn leven. Continu aan de telefoon en in Groningen complete cameraploegen voor m’n neus, het leek wel alsof ik in een film was beland. Ik was goed voorbereid, omdat ons verhaal ook goed was. We hebben ons altijd aan de richtlijnen gehouden. Eenmaal thuis besefte ik pas: dit was echt lijp.’ 

Vindicat is een begrip in de stad, maar voor lang niet iedereen in positieve zin. ‘Vanaf het moment dat je je hebt ingeschreven, krijg je het gevoel dat je jezelf moet verdedigen. Niemand van ons zal bij zijn werkgroepen binnenlopen en openlijk over zijn studententijd praten. Terwijl niemand er bij een Albertus-lid van op zal kijken. Wij houden het liever stil. Je denkt automatisch dat anderen het niet waarderen en denken dat jij die fuck-up bent die niks doet.’ 

Je bent gewoon bang dat er docenten zijn die jou, door je lidmaatschap, anders zien

Floris’ blik wordt serieuzer. ‘En ja, natuurlijk, fuck-ups zitten er ook wel tussen. Maar met bijna tweeduizend leden zijn er genoeg die heel veel doen. Je bent gewoon bang dat er docenten zijn die jou, door je lidmaatschap, anders zien en dat dat een negatieve impact op je studieresultaten heeft. Vanaf moment één zijn we allemaal, terwijl we dat eigenlijk niet willen, geheimzinnig over Vindicat en voelt het minder gemakkelijk om buiten die kring vrienden te zoeken. Het is dan fijn om je onder mensen te begeven die hetzelfde meemaken en waarbij je je niet continu hoeft te verantwoorden over de keuzes die je maakt.’  

Als Vindicat-lid voel je soms de haat van mensen tegen je vereniging, maar als rector van de hele club merk je het nog veel meer. Best heftig, voor een 23-jarige. ‘Ik heb geen Facebook op mijn telefoon en lees ook absoluut niet de haat- en dreigberichten die we continu binnenkrijgen. Dan ga ik het me persoonlijk aantrekken en dat helpt niet. Het is verspilde moeite als ik me daar zorgen over ga maken, want er valt niks te winnen. Ik kan ze niet allemaal overtuigen, hoe goed ik het ook wil uitleggen. Ik respecteer het ook dat mensen het er niet mee eens zijn. Groningers zijn koppig, maar ook direct en eerlijk en dat waardeer ik.’   

 

Positief bericht op Sikkom
Hij heeft ze allemaal wel gehoord, de meest voorkomende vooroordelen die men heeft over Vindicat. ‘Kijk, rond 1900 was studeren alleen voor de elite. Dus alleen de echte rijkeluiskinderen konden studeren en dat kon alleen aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Destijds werd je dan ook automatisch lid van Vindicat. Als ik oude boeken doorblader, lees ik hoe leden destijds praatten over ‘de burgerij’ en hun verheven sociale positie. Ze voelden zich beter dan de normale burger. Dus, niet gek dat men dat beeld nog over ons heeft.’  

Hoe mooi zou het zijn als je over een paar jaar gewoon openlijk over je lidmaatschap bij Vindicat kunt praten?

‘Nu is dat echt niet meer zo. Iedereen kan studeren, dus iedereen kan ook lid worden van onze vereniging. Wat ooit was, is niet meer. En daar ben ik blij mee. Dat mensen negatief over ons blijven praten, motiveert me eigenlijk alleen maar meer. Ik wil ze laten zien wie we echt zijn. Mensen hun mening verandert niet als Sikkom ineens een positief bericht schrijft over ons. Door mensen fysiek hier te laten komen, kunnen we laten zien dat we zoveel mooie projecten hebben. We zullen keihard blijven werken aan het verbeteren van die reputatie en aan onze positie in deze stad en maatschappij en daarin een belangrijke rol vervullen. 

Een tijd waarin niemand meer een negatief oordeel heeft over Vindicat? Daar gelooft Floris nog niet in. Maar hij denkt wel dichtbij te kunnen komen. ‘Hoe mooi zou het zijn als je over een paar jaar gewoon openlijk over je lidmaatschap bij Vindicat kunt praten? Zonder dat mensen reageren met: “Oh, ben jij lid van Vindicat? Ik dacht dat iedereen daar een beetje op elkaars hoofd staat.” Wij willen dat negatieve beeld veranderen, door bijvoorbeeld evenementen te organiseren voor iedereen en hulp te bieden aan mensen die dat nodig hebben in Groningen. Als je ons leert kennen, zie je dat we ook gewoon jongens en meiden zijn die een leuke studententijd willen hebben en zich willen ontwikkelen.’

Alles voor de leden
Zijn bestuursjaar is al over de helft, maar er is nog genoeg te doen. Hoog op de lijst staat het verbeteren van hun relatie met Hanzehogeschool.Wij hebben al meer dan tweehonderd jaar een relatie met de RUG en hun alumnibestand bestond voor lange tijd uit reünisten van Vindicat. Bij de Hanzehogeschool hebben we daar een achterstand in. Nu meer van onze leden studeren op de Hanze, streven we naar een betere relatie. Zodat we kunnen samenwerken en op elkaar kunnen bouwen. We willen daarom transparanter zijn en hen meenemen in ons beleid.’

De zon is inmiddels verdwenen achter de grote Hooghoudt-letters. Ik hoop dat anderen straks op mijn bestuur terugkijken met het idee dat ik het goed heb gedaan,’ sluit Floris af, terwijl hij zijn laatste sigaret uittrapt. ‘De leden, daar doe ik het voor. 

Foto’s: Jasper Bolderdijk