Waarom blijven Hanze-studenten steeds vaker thuis?
Hanze-studenten komen minder vaak naar school dan tien jaar geleden. Waarom blijven ze thuis? Is dat eigenlijk erg? En hoe kan een opleiding ervoor zorgen dat studenten wél komen opdagen?
‘Wij zien een dalende lijn. Het aantal studenten dat colleges volgt is door de jaren heen minder geworden’, zegt docent Toegepaste Psychologie Ronald Kielman. ‘In breder perspectief neemt de betrokkenheid en participatie binnen het hbo-onderwijs al langer af.’ Volgens Kielman was de coronapandemie hierin een omslagpunt. ‘Toen haakten verschillende factoren in elkaar. Het onderwijs ging digitaal. Thuisonderwijs zorgde voor minder sociaal contact. De afstand tussen docenten en studenten werd groter. Het is in een stroomversnelling geraakt.’ Toch denkt Kielman dat het tij kan keren. ‘Wanneer studenten ervaren dat aanwezigheid bijdraagt aan hun ontwikkeling of aan het behalen van leerdoelen, zal de motivatie om mee te doen weer groeien.’
Tien jaar geleden was vijftig procent van de studenten aanwezig, inmiddels is dat dertig procent
De toename van de afwezigheid van studenten is een langer lopende trend die zich zeker niet beperkt tot de opleidingen van de Hanze. Uit onderzoek van het lectoraat Professionalisering in het Onderwijs van Hogeschool Zuyd blijkt dat de kans dat studenten in de klas zitten, langzamerhand kleiner is geworden. Tien jaar geleden was vijftig procent van de studenten aanwezig, inmiddels is dat dertig procent. Hetzelfde geldt voor het aantal uren dat studenten besteden aan hun studie, dat over dezelfde periode is afgenomen met tien uur per week. In die periode zijn studenten méér gaan werken, maar dat verklaart de afname slechts gedeeltelijk.
Misschien is er iets veranderd in de houding van de studenten. Kielman: ‘Studenten zijn veel kritischer op het consumeren van onderwijs. Ze kijken bijvoorbeeld naar de meerwaarde van fysieke aanwezigheid. Ze wegen af of een college de reistijd waard is. Het is een rationele keuze.’ Die veranderde houding vraagt volgens hem iets van opleidingen. ‘We moeten het onderwijs zo goed en zinvol maken dat studenten denken: hier heb ik wat aan.’
‘Studenten denken in zo’n geval dat ze de stof net zo goed thuis kunnen leren’
Ahzam Imam van de Groninger Studentenbond (GSb): ‘Het probleem ligt inderdaad bij de meerwaarde. Ik zie veel studenten halverwege een college hun interesse verliezen. Soms vallen ze zelfs in slaap. De lessen zijn voor veel studenten niet interactief genoeg.’ Volgens Ahzam, die de opleiding Elektrotechniek op de Hanze volgt, ligt het probleem vooral bij de opzet van de colleges. ‘Bij theorie-colleges lezen docenten vaak alleen de PowerPoint voor. Studenten denken dan dat ze de stof net zo goed thuis uit de boeken of van de slides kunnen leren.’
Ahzam denkt dat studenten door de jaren heen afwachtender zijn geworden. ‘Aan het einde van een college vraagt een docent vaak of er nog vragen zijn. In een groep van vijftig of zestig studenten steken meestal maar één of twee studenten hun hand op.’ De oorzaak? ‘Gebrek aan zelfvertrouwen speelt zeker mee’, zegt Ahzam, ‘maar soms weten studenten niet eens welke vragen ze moeten stellen, omdat ze de stof vanaf het begin al niet goed begrijpen.’
‘Bij hoorcolleges val je meer op als je iets zegt, dat vinden veel studenten onprettig’
Wanneer ze de studentenparticipatie willen stimuleren, kunnen docenten volgens Kielman beginnen met het creëren van een veilig klimaat in de klas. ‘Werkcolleges en kleinere groepen kunnen helpen om de onderlinge betrokkenheid te vergroten. Studenten leren elkaar en de docent beter kennen. Gewoon klassikaal onderwijs, waarin het minder spannend is om te reageren. Bij hoorcolleges val je meer op als je iets zegt. Dat vinden veel studenten onprettig.’
Het type student speelt ook een rol. ‘Studenten Toegepaste Psychologie zijn over het algemeen sociaal en expressief’, zegt Kielman. ‘Ze zijn meer geneigd om zich te uiten in groepen en assertief te zijn. Ik kan me voorstellen dat het bij andere opleidingen anders is.’
Volgens Kielman moeten docenten en studenten allebei aan de bak om de betrokkenheid en de participatie te vergroten. ‘De opleiding moet investeren in de groepsdynamiek en een veilige sociale setting. De studenten zullen moeten werken aan een actieve werkhouding.’
Ahzam plaatst een kanttekening. ‘Uiteindelijk wil iedereen zijn diploma halen. Als je colleges blijft missen en niet oplet, raak je achterop. Dus, ja: studenten hebben zeker een verantwoordelijkheid. Maar dan moeten de colleges wel uitnodigend zijn. En daar valt nog een wereld te winnen.’
‘Docenten kunnen van alles verzinnen, maar het is beter om samen met studenten na te denken’
De opleiding Toegepaste Psychologie laat studenten momenteel zélf onderzoek doen naar oplossingen. Kielman: ‘Derdejaars ontwikkelen interventies die de betrokkenheid, aanwezigheid en participatie moeten vergroten.’ Hij vindt dat een logische stap. ‘Docenten kunnen van alles bedenken, maar het is beter om samen met studenten na te denken over deze gemeenschappelijke opdracht.’
Er zijn volgens hem genoeg knoppen om aan te draaien. ‘We kunnen bijvoorbeeld anders gaan roosteren, met vaste dagen onderwijs. Zo weten studenten voor het hele collegejaar al op welke momenten ze les hebben en kunnen ze de werktijden van hun bijbaan daarop aanpassen.’
Het hoger onderwijs zal volgens Kielman nog wel even blijven worstelen met dit vraagstuk. ‘Het probleem staat in ieder geval hoger op de agenda.’ En dat vindt hij nuttig. ‘Studenten blijven boeien is een opgave die in alle tijden aandacht vraagt.’
Reactie van Elektrotechniek
‘We nemen kritiek van studenten serieus’, schrijft Maarten Mols, de opleidingsmanager van Elektrotechniek in reactie op Ahzam Imams kritische woorden in bovenstaand artikel. ‘Ik kan me goed voorstellen dat studenten de aandacht verliezen tijdens lessen wanneer deze weinig interactief zijn, zoals bij het voorlezen van PowerPoints. Bij elektrotechniek zijn er naast theorielessen ook practica en werkcolleges waar je echt aan de slag gaat en niet alleen hoeft te luisteren. Voor ons blijft het een uitdaging om studenten te binden en te boeien zodat ze én naar de les toekomen én daar ook actief participeren. We zijn doorlopend aan de slag het onderwijsaanbod te evalueren en aan te passen aan de behoeften van de studenten.’