Waarom doen deze Hanzestudenten vrijwilligerswerk? Omdat nou, hierom

Van soep eten met ouderen tot zwerfkatten redden. Waarom doen studenten vrijwilligerswerk? Omdat ze willen helpen en omdat… nou, gewoon hierom.

VluchtelingenWerk

‘Ik had wel Arabische vrienden’, zegt de Syrische Louna. ‘Maar we pasten eigenlijk niet zo goed bij elkaar. Ik wilde echt goede Nederlandse vrienden maken.’ Hoe ze dat deed? Nou, Louna deed mee aan Wake up Your Mind van Vluchtelingenwerk, een traject waarin zes Nederlanders en zes statushouders samen optrekken. Zo ontmoette ze Birte. ‘Ik woonde nog geen halfjaar in Groningen en wilde graag nieuwe mensen leren kennen’, zegt de studente van de associate degree-opleiding Pedagogisch Educatief Professional.

Birte: ‘Louna en ik kunnen het gewoon overal over hebben’

‘Dit is geen maatjesproject waarin Nederlanders de statushouders ondersteunen’, zegt projectleider Margriet Bos. ‘Wake up Your Mind gaat uit van gelijkwaardigheid. Nederlandse jongeren en statushouders leren van elkaar. Ze zetten samen een project op, zoeken een plek en beheren het budget.’
De groep van Louna en Birte zette een cultureel feest op poten. Ze moesten zelf een locatie vinden, decoraties maken en het eten regelen. ‘De Nederlanders waren meer bezig met het regelen van de locatie’, vertelt Louna. ‘Sommige buitenlanders durfden dat initiatief niet te nemen.’ ‘Maar jullie waren weer veel beter in het maken van eten’, zegt Birte. ‘Die falafel, daar kon ik echt niet tegenop.’

studenten vrijwilligerswerk
PEP-student Birte (l) en Louna uit Syrië hielpen elkaar met Wake Up Your Mind.

Louna wil volgend jaar Farmacie gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Birte helpt me met het papierwerk dat ik daarvoor moet invullen.’ Birte wil zich tijdens haar opleiding richten op het omgaan met andere culturen. ‘Ik ben mij nu beter bewust van stereotypes. Het beeld dat ik van Syrische vluchtelingen had, bijvoorbeeld. We hebben dan misschien wel een andere kijk op het leven, maar we kunnen het gewoon overal over hebben.’

@ease, een luisterend oor voor jongeren

‘Ik ken de psychische hulpverlening uit eigen ervaring’, zegt Danique, die de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek volgt. ‘Ik had last van trauma’s en angsten. Op een gegeven moment durfde ik niet meer naar buiten. Toen heb ik hulp gezocht.’
De positieve ervaring met de hulpverlening zorgde ervoor dat Danique zich als vrijwilliger aansloot bij @ease, een organisatie waar jongeren kunnen aankloppen voor een goed gesprek. ‘Ik wilde iets terugdoen, andere mensen helpen. En dan kan het handig zijn wanneer je dit soort dingen zelf hebt meegemaakt.’

studenten vrijwilligerswerk
Bij Danique van @ease kunnen jongeren hun hart luchten.

Een gesprek met een @ease-vrijwilliger kan over van alles en nog wat gaan. ‘Elke 12 tot 25-jarige die zijn hart wil luchten kan bij ons terecht, door te chatten of langs te komen’, zegt Danique. De gesprekken zijn heel divers. ‘Over een vriend die een relatie met je wil, bijvoorbeeld. Dat zijn de leukere gesprekken. Dan ga je kijken en vragen stellen. Wil je het zelf ook op die manier? Hoe zou je het kunnen aanpakken?’ Ingrijpender gesprekken gaan over gescheiden ouders, liefdesverdriet, angst en suïcide. ‘Je wilt er alles aan doen om zo iemand te helpen, maar dat lukt niet altijd.’

‘Ook als ik iemand niet helemaal heb kunnen helpen, heb ik iets goeds gedaan’

De vrijwilligers gaan goed voorbereid aan het werk. ‘Voor je aan de slag gaat, krijg je een tweedaagse training, waarin je de groep leert kennen en je oefent met gespreksvoering’, zegt Danique. En mocht een vrijwilliger tegen een probleem aanlopen: @ease heeft altijd professionals achter de hand, die hen met raad en daad kunnen bijstaan.
Gemiddeld heeft een @ease-vrijwilliger zo’n drie gesprekken op één middag (een sessie die één keer per maand staat ingepland). Voor een gesprek nemen de vrijwilligers uitgebreid de tijd. ‘Het is belangrijk om iemand op z’n gemak te stellen en een open gesprek te voeren, alles uit te leggen.’
Danique heeft een eigen tactiek om heftige gesprekken te verwerken. ‘Muziek in en dan een rondje fietsen of lopen. In m’n hoofd ga ik alles langs. En dan denk ik vaak: ik heb iemand misschien niet helemaal kunnen helpen, maar ik heb toch iets goeds gedaan. Dat geeft me een voldaan gevoel.’

De dierenambulance

‘We zijn ‘s nachts weleens opgeroepen voor een wandelende tak’, zegt Youri, vrijwilliger van de Dierenambulance. ‘De mevrouw die belde, zag het insect op haar stoep zitten en durfde het voor geen goud aan te raken. Normaal gesproken komen we niet voor dit soort meldingen, maar mijn collega ging er toch maar op af. Toen hij aankwam en goed keek, bleek de wandelende tak een uitgedroogde snijboon te zijn.’
Het zijn de leukste meldingen, vindt Youri. ‘Maar we krijgen ook genoeg onprettige telefoontjes. Over aangereden katten bijvoorbeeld. Ik ben uit de grond van mijn hart een dierenliefhebber, maar bij een ernstig geval hoop ik weleens dat de klap fataal is. Dan hoeft het dier niet onnodig te lijden. We mogen namelijk geen euthanasie verlenen.’

Nieuwe vrijwilligers krijgen bij de Dierenambulance een uitgebreide interne training. ‘Je leert over EHBO, de administratie, en alles wat je verder moet weten. Verder ga je altijd met een ervaren collega op pad. De administratie vond ik trouwens het pittigst. We moeten echt alles over de dieren en ons werk bijhouden.’

studenten vrijwilligerswerk
Dierenvriend Youri heeft er heel wat voor over, vier diensten van vijf uur per week.

Youri draait vier diensten van zo’n vijf uur per week. Daar zitten ook nachtdiensten bij. Dan werkt hij langer, van half 10 ’s avonds tot half 8 ’s ochtends. Maar zoveel uren maken is niet verplicht. ‘Tien uur in de week is het minimum, dat wel. Elke woensdag geef je op wanneer je niet kunt werken, en dan worden de roosters gemaakt.’
Youri wil ambulanceverpleegkundige worden. ‘Binnenkort heb ik een toelatingstoets voor Verpleegkunde aan de Hanze. Daarna heb ik nog een lange weg te gaan. Het werk bij de dierenambulance is voor nu een logische stap. Veel situaties zijn hetzelfde als bij mensen.’

Saai is het werk in elk geval zelden. ‘Een paar maanden terug kregen we een melding van een doodsbange kat’, vertelt Youri. ‘Die moesten we pakken met een soort vangstokken, zo agressief was dat beest.’ Doordat het beest was gechipt, konden zijn collega’s de eigenaar traceren. Die was hem al drie jaar kwijt, maar toen hij de kat kwam ophalen veranderde het dier als bij toverslag. ‘De kat kon ineens gewoon worden geknuffeld. Heel bijzonder was dat.’

Interesse? Bel 050 579 1900 , of mail.

Oma’s Soep

‘Sommige ouderen vertellen gewoon hun hele levensverhaal als je soep met ze eet’, zegt Bing Scot, student Commerciële Economie. ‘Opa Jaap bijvoorbeeld. Hij woont aan het Boterdiep en heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Laatst vertelde hij hoe hij met z’n broertje in de kelder zat tijdens de bevrijding. Dat was heftig om te horen, maar ook heel interessant.’

Voordat Bing bij Oma’s Soep terecht kwam, werkte hij in een verzorgingstehuis voor dementerenden in Laren. ‘Daar ben ik echt verliefd geworden op ouderen. Mijn eigen opa en oma op Sint-Maarten zijn al in de tachtig, maar ze doen nog altijd vrijwilligerswerk. Ze werken met gedetineerden en op de dierenambulance. Zij hebben mij eigenlijk geleerd om dit te doen.’

vrijwilliger Oma's Soep
Bing Scot achter de potten en pannen van Oma’s Soep.

Bij Oma’s Soep eten de vrijwilligers en ouderen samen in een buurtcentrum, als sociaal moment in de week. De ouderen – acht tot tien per bijeenkomst – komen via mond-tot-mond-reclame en door de flyers die ze onder ogen krijgen. De soep is gratis. ‘Veel ouderen willen de portemonnee trekken’, lacht Bing. ‘Maar dat hoeft echt niet. Wij betalen de ingrediënten van de donaties die we krijgen. En van de bijdrage van de landelijke stichting die Oma’s Soep en maaltijden in de supermarkt verkoopt.’

In Groningen schuiven altijd wel 35 ouderen aan bij Oma’s Soep

Het koken doen de vrijwilligers en ouderen vaak samen. ‘Dan kiezen we expres een moeilijk recept uit, met veel snijwerk’, zegt Bing. ‘Wanneer je met iets anders bezig bent, raak je makkelijker aan de praat.’ Oma’s Soep heeft in Groningen pakweg 35 vaste ouderen die aanschuiven voor de soep. Bij anderen brengen de vrijwilligers de soep langs. ‘We laten altijd merken dat we er zijn. Gewoon even vragen hoe het met ze gaat.’
Bing is ongeveer twee uur in de week bezig met bestuurszaken, zoals promotie en het regelen van locaties om samen te eten. Daarnaast staat hij twee keer per maand van 11 tot 4 uur achter de potten en pannen. ‘Al loopt zo’n kookmiddag weleens uit. Laatst bracht één van de vrijwilligers soep bij opa Jan. Die is helemaal gek van muziek maken. Toen hebben ze tot een uur of 9 ’s avonds biertjes gedronken en saxofoon gespeeld.’

—————————————————————————————————————-

Op 23 september, van 3 uur ’s middags tot 7 uur ’s avonds, kun je kennismaken met vrijwilligersorganisaties tijdens de Vrijwilligersmarkt op de begane grond van het Groninger Forum.