Waarom een slurf geen snurf heet

smuigertjeIn zijn niet zo fraaie boek Het Psalmenoproer gebruikt Maarten ’t Hart een fraai woord. Een smuigertje is een kort stenen pijpje. Ik zag het ding meteen voor me: in de mond van een Anton Pieckerig menneke dat de rook met tevreden smakgeluiden naar binnen zuigt en naar buiten paft.
Smuigen is volgens Van Dale geen werkwoord, maar het had het best mogen zijn: een combinatie van smakken en zuigen.
Werkwoorden waarbij lippen en mond te pas komen, beginnen vaak met het letterpaar s en m.
Smekken en smakken.
Smak en smok.
Smok is Fries voor smakkerd.
Smiespelen en smiezen.
Smikkelen, smullen en smarotsen (dat is ook gewoon smullen, maar het klinkt nog lekkerder).
Een smodde is een oud woord voor slabbetje. Dat heb je nodig om de smurrie uit
het smoeltje van een smodderende baby op te vangen.
Aan sm-woorden kleeft wat smerigs. Smeer is vet. Vet smet. Dat houdt naar mijn smaak duidelijk verband met smoezelig en meer sm-woorden met een negatieve bijklank: smaad, smet en smoes. Smalen en smoel. Smiecht!

Boven de mond zit een neus.
Met een neus kun je neuzen, maar dat had net zo goed sneuzen kunnen heten.
Neusdingen beginnen namelijk vaak met een s en een n.
Snuiten, snuisteren en snotteren.
Snuiven, sniffen en snikken.
Een sneb of snib is een snavel (een vogelneus waarmee je snibbig uit de hoek kunt komen).
Snoeven, snuffen, snuffelen en snufferd.
Een snok is een ander woord voor snik.
Een snikkel is toch geen neus?
Snurk jij wel eens?
Waarom heet een slurf geen snurf?
Snuiftabak is niet geschikt voor in een smeugeltje (dat is een synoniem voor
smuigertje, een kort stenen pijpje: je ziet het zo voor je).
Wie op deze hotspot driehonderd woorden wijdt aan rare woordenhutspot is een
sneuneus. Dat is twee keer neus, en die dan door elkaar hutselen of hussen (met je
neus ertussen).