Wat je ziet ben ik zelf

In onze maatschappij ligt er veel focus op het uiterlijk. Als kunststudent ben ik het daar zowel mee eens als oneens. Alles wat je ziet geeft een indruk, dat geldt ook voor je uiterlijk. Maar het gaat er ook om wat er achter die buitenkant zit, en dat wil nog wel eens vergeten worden.
We anticiperen zelfs op het idee dat de anderen niet veel verder kijken dan het uiterlijk. Is dat de reden waarom bedrijfskunde-studenten een pak aan hebben bij een presentatie? Is hun presentatie daardoor beter?
Waar je je ook bevindt, je hebt altijd te maken met de in die omgeving geldende tradities. Overal bestaan (vaak onuitgesproken) normen voor kleding, haar, make-up, enzovoort, enzoverder. Toen ik in een jasje rondliep op Minerva, werd me gevraagd of ik ergens heen moest. Ik zag er netjes uit, mijn jasje en ik vielen op. Zo lijkt elke opleiding zijn eigen kledingrichtlijnen te hebben. Is het erg om hiervan af te wijken?
Je uiterlijk is iets waar je je prettig bij zou moeten voelen. Oftewel: je buitenkant is een reflectie van je binnenkant. Dus toen ik zat was van mijn dreadlocks en mijn piercing, haalde ik ze eruit. Panty’s zien er mooi uit, maar ik vind ze inmiddels niet meer lekker zitten en ze zijn onpraktisch als je op vier meter hoogte een theaterlamp moet ophangen.
Ik wil ’s ochtends iets aangooien en er dan de rest van de dag niet meer bij stil hoeven staan. Maar ook dat is weer dubbel, want om er niet bij stil te hoeven staan, draag ik rustige kleuren, iets waardoor ik overal tussen pas.
Idealiter zouden we niet het uiterlijk zien, maar de intenties achter dat uiterlijk. Maar kennen we die zelf nog wel? Of houden we ons aan de ongeschreven richtlijnen zonder dat we weten waarom die er zijn?

Derdejaars Theatervormgeving Marie van Linschoten schrijft iedere week een
column over Academie Minerva.