Ga naar de inhoud

We moeten het toch maar eens over de overgang hebben

‘Straks word je nog hormonaal genoemd.’ Ja, praat op je werk maar eens over de overgang. In de Marie KamphuisBorg geven ze het goede voorbeeld.

‘Ik denk dat ik morgenvroeg maar een half uurtje later kom’, zegt de vrouw met de bril. ‘Nou’, reageert haar gezelschap, ‘als je allemaal achter elkaar hoort wat wij allemaal moeten doorstaan, is het een wonder dat we überhaupt in staat zijn om daarnaast nog te werken.’
Natuurlijk, dit is een dolletje, maar helemaal ongelijk hebben de vrouwen niet. De twee Hanze-collega’s hebben net een drie uur durende bijeenkomst over de overgang achter de rug: de lezing Werk, hart, hormonen en leefstijl. En daar kwam een hele reeks ellende, ongemakken en aandoeningen aan bod.

Ook voor vrouwen is de overgang geen vanzelfsprekend gespreksonderwerp, zeker niet op de werkvloer

Meer dan honderd vrouwen zijn op maandag 9 maart present in collegezaal C0.05 van de Marie KamphuisBorg. En er zijn drie mannen, die nog net geen applaus krijgen voor het afwerpen van hun schroom. Want, de overgang, dat is nog steeds een ongemakkelijk gespreksonderwerp.
Ongemakkelijk voor mannen, die zich meestal uit de voeten maken zodra vrouwen in hun bijzijn woorden als opvlieger en nachtzweten laten vallen. Maar net zo goed voor vrouwen. Voor hen is de overgang ook geen vanzelfsprekend gespreksonderwerp. Dat geldt zeker op de werkvloer. Want een vrouw in de overgang… dat zou weleens een probleem kunnen worden. ‘Straks word je nog hormonaal genoemd’, zo omschrijft onderzoeker Anne-Lies van der Baan die vrouwelijke huiver.

Er is geen overgangsbeleid, daarom lossen de vrouwen het zelf maar op

Van der Baan is onderzoeker bij het lectoraat Leiderschap en Duurzaam Werken van de Hanze. Ze wil dat werkgevers meer rekening houden met de noden en behoeftes van vrouwen in de leeftijd van 45 tot 60 jaar. De cijfers die ze erbij levert, geven aan dat daar goede argumenten voor zijn. Meer dan de helft (55 procent) van deze vrouwen ervaart hinder op het werk. Bijna net zo veel vrouwen denken na over stoppen met werken en 14 procent is ook echt minder gaan werken. Daar komt nog bij dat negen op de tien werkgevers géén menopauze-beleid heeft.
En omdat er geen beleid is, lossen de vrouwen het zelf maar op. Ze dragen kleding in laagjes, zodat ze zich kunnen aanpassen aan plotseling wisselende lichaamstemperaturen, ze zoeken plekken waar ze zich kunnen verkleden en ze achterhalen waar ze ergens een ventilator kunnen regelen.

‘Vrouwen hebben eigenwijze, tegendraadse bloedvaten, die kunnen zelfs in de kramp schieten’

Dit zijn de gevolgen van die opvliegers, maar waar komen die vandaan? Dat weet cardioloog Marieke Ludwig-Ruitenberg beter dan wie ook. Ze weet het zelfs beter dan veel van haar collega-cardiologen. Die gaan er volgens haar namelijk nog steeds vanuit dat een hart van een vrouw ongeveer hetzelfde is als dat van een man. Een gevaarlijk uitgangspunt, want daardoor zien deze specialisten hartaandoeningen van vrouwen over het hoofd. Hartafwijkingen bij mannen komen meestal voor in de kransslagaderen. Die afwijkingen zijn goed te zien op een CT-scan. Bij vrouwen laat een CT-scan geen afwijkingen zien, want die bevinden zich meestal in de minuscule bloedvaten. ‘Vrouwen hebben eigenwijze, tegendraadse bloedvaten. Die vaten kunnen zelfs in de kramp schieten.’ Ludwig laat een filmpje zien waarop die afwijkingen wél te zien zijn.

Hartkloppingen, opvliegers, temperatuurschommelingen en nog veel meer…

Wat heeft het vrouwenhart met de overgang te maken? Het antwoord luidt: oestrogeen en progesteron. De derde spreekster, gynaecologe Esther Nijhuis gaat er in haar bijdrage dieper op in.
Oestrogeen en progesteron zijn de vrouwelijke geslachtshormonen waarvan het lichaam er gedurende de menopauze steeds minder produceert. De afname van deze hormonen, vooral die van oestrogeen, zorgen voor een verhoging van de bloeddruk. En een hoge bloeddruk belast het hart en de vaten (hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer 1). Maar daar blijft het niet bij, oestrogeengebrek leidt ook tot een hoger cholesterolgehalte, een vertraagde stofwisseling, een veranderde vetverdeling én overgewicht.
Hartkloppingen, opvliegers, temperatuurschommelingen en nog veel meer… ze houden dus allemaal verband met de hormonale veranderingen. En nu komt het… volgens Nijhuis is er een eenvoudige remedie: oestrogeen aanvullen. Met een pilletje, of met pleisters.

We gaan allemaal dood, de één wat minder tragisch dan de ander, maar al te opwekkend is het vooruitzicht niet

Een pilletje of een pleister? Dat lijkt een fluitje van een cent. Toch schrijven artsen dit medicijn niet vaak voor. Onwetendheid en onoplettendheid, volgens Nijhuis. En dat allemaal door dat grote onderzoek van Womens Health Initiative. In 2002 wees dat onderzoek uit dat oestrogeen- en progesteronmedicatie een verhoogde kans op borstkanker geeft. Het leidde acuut tot een wijdverbreide terughoudendheid bij het voorschrijven. ‘Alle vrouwen stopten ermee en geen arts schreef het meer voor’, zegt Nijhuis. ‘Maar de analyses die de stelligheid van die verhoogde kans op borstkanker ondergraven zijn veel minder bekend.’ Nijhuis is niet te spreken over de collega-gynaecologen die zich nog altijd baseren op het WHI-onderzoek. ‘Oestrogeensuppletie helpt wel degelijk en tot je 63-ste geeft het zelfs een verláágde kans op borstkanker.’ (Daarna verhoogt oestrogeen de kans op borstkanker wel. Dus artsen moeten goed beoordelen of ze het ná die leeftijd nog voorschrijven.)

We gaan allemaal dood, de één wat minder tragisch dan de ander, maar al te opwekkend is het vooruitzicht voor de meeste mensen niet. De overgang is de periode waarin het besef van sterfelijkheid samengaat met zeer onaangename lichamelijke veranderingen. Je zou er, zittend in de collegebanken van de Marie KamphuisBorg, treurig van kunnen worden.

Drink filterkoffie, die heerlijke bonenkoffie met z’n schuimkraagje is slecht voor je cholesterol

Gelukkig is daar Tabita Valentijn, cardioloog én leefstijlarts. Natuurlijk, ook zij bespreekt de factoren die het risico op hart- en vaatziekten vergroten. Het is het bekende lijstje: leeftijd, roken, alcohol, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en suikerziekte, stress, bewegingsarmoede en ongezond eten. Maar Valentijn voegt daar goed nieuws aan toe. Je kunt de kans op hart- en vaatziekten halveren (!) door een gezonde leefstijl. Bravo, schreeuwt één van haar powerpointplaatjes de zaal toe. Veel Bewegen, niet Roken, weinig Alcohol, gezonde Voeding en… Ontspanning.

Bij bewegen hoef je niet per se te denken aan de sportschool of de hardloopclub. Beweeg gewoon tussen de bedrijven door. Spring af en toe op (zitten is funest!), laat de lift links liggen en pak de trap. Doe evenwichtsoefeningen. Ga dansen! ‘Pak de fiets, nee, niet de elektrische’, zegt Valentijn, ‘dat is géén beweging.’
Gezond eten? ‘Ga naar de supermarkt, pak een product en stel jezelf de vraag: zou oma dit kennen? Nee? Laat het staan.’ Koffie? ‘Ja, lekker, maar drink filterkoffie. Die heerlijke bonenkoffie met z’n mooie schuimkraagje. Die is slecht voor je cholesterol.’

‘Je legt de verantwoordelijkheid op de schouders van vrouwen, terwijl de vraag is welke rol werkgevers zouden moeten spelen’

Stress? ‘Iedereen heeft stress. Dat is niet erg, als je je ook maar kunt ontspannen.’ Ook hier geeft Valentijn een handige leidraad: als iets energie kóst, is er sprake van inspanning en als iets energie oplevert, is er sprake van ontspanning.
Stress is te bestrijden met yoga, mindfulness, ademhalingsoefeningen en bewegen. En, ook al zo’n fijne oude wet, maak je niet druk over dingen waaraan je niets kunt veranderen.
‘Dit zijn wel allemaal dingen waarmee je de problematiek individualiseert’, merkt een toehoorder op terwijl de zaal al leegstroomt. ‘Daarmee leg je de verantwoordelijkheid op de schouders van de vrouwen, terwijl de vraag is welke rol werkgevers zouden moeten spelen.’ De dame heeft volkomen gelijk, die vraag is vandaag niet beantwoord. Nóg niet, want laat dat nou net een onderwerp zijn waarop Anne-Lies van der Baan wil promoveren.

Illustratie: Yateesha van Loon