Zelfdoding, Social Work wil meer doen aan preventie
Zelfdoding of pogingen daartoe. Hulpverleners krijgen er vroeg of laat mee te maken. Hoe je daarmee om moet gaan, bespreken ze met elkaar en met documentairemaker Nicolaas Veul.
Praten over zelfdoding… Leuk is anders, maar we moeten het doen. Na afloop van de inspiratiesessie op de Hanze zijn alle aanwezigen daarvan doordrongen (als ze dat voor aanvang al niet waren).
De Marie KamphuisBorg is een prima keuze voor deze bijeenkomst op de eerste dag van de Wereld Suïcide Preventie Week, want de KamphuisBorg is de thuisbasis van de opleiding Social Work van de Hanze, die met ingang van dit jaar suïcidepreventie heeft opgenomen in het bachelorprogramma. Een primeur, dus. Volgens docente Bianca Gudema was dat besluit méér dan logisch. ‘Veel studenten hier krijgen met suïcide te maken, meestal al tijdens de stage, maar sowieso in het werk zelf.’
In het fragment dat Nicolaas Veul toont, zien we Geertje, een meisje met een duister zelfbeeld
De hoofdgast van de drukbezochte sessie in lokaal D0.13, Nicolaas Veul, kan erover meepraten. Nicolaas liep stage in een psychiatische kliniek voor de documentaireserie 100 dagen in je hoofd. De docu-reeks laat de dagelijkse hulpverleningspraktijk zien. Het werk is een steeds weer goed afwegen van wat je wel en niet kunt doen en zeggen. In het fragment dat Nicolaas vandaag toont, zien we Geertje, een meisje met een duister zelfbeeld. Ze verblijft in de kliniek waar Nicolaas stageloopt.
Nicolaas en Geertje maken allebei een tekening en ze praten, ze kijken naar de tekening, niet naar elkaar. Het is een vriendelijke conversatie, maar je voelt de onderhuidse spanning: Geertje is zo iemand die misschien wel banger voor het leven is dan voor de dood. ‘Je tekent samen wat en er komt een heel levensverhaal uit’, zegt Nicolaas. ‘Hoe reageer ik? Over elke zin ben ik diep aan het nadenken. Ga ik hierop in? Hoe dan? Moet ik doorvragen?’
In Nederland stappen gemiddeld vijf mensen per dag uit het leven (dat is meer dan 1850 zelfdodingen per jaar)
Vragen stellen én diep nadenken, en dat tegelijkertijd. Dat is het werk, zegt Bianca Gudema. ‘Het is echt moeilijk. In de zorg krijgen we er allemaal mee te maken. Zelfs mensen die het al jaren doen zitten soms met het zweet op de rug. Het zijn per definitie gesprekken vol ongemak. We willen onze studenten daar goed op voorbereiden. Zodat ze zich comfortabeler voelen.’
Social Work had jarenlang een keuzeprogramma voor suïcidepreventie, opgezet en uitgedacht door Marijke de Stoppelaar (inmiddels gepensioneerd, maar vandaag wel in de zaal). ‘Marijke heeft bewezen dat het werkt’, zegt Bianca.
De Suïcide Preventie Week (van 8 tot en met 14 september) is geen overbodige luxe. In Nederland stappen gemiddeld vijf mensen per dag uit het leven (dat is meer dan 1850 zelfdodingen per jaar). Gaby de Bast, kwartiermaker voor 113 zelfmoordpreventie, komt met de pijnlijke omringende cijfers. Van alle mensen die overlijden aan een poging tot zelfdoding is veertig procent al bekend bij minstens één zorginstantie. (Voor jongeren onder de dertig is dat percentage zelfs zestig procent). Iedere dag zijn er veertig mensen met suicidale gedachten die na een poging op de spoedeisende hulp belanden.
Je kunt altijd 113 bellen, als hulpverlener, als docent en zelfs als door de wol geverfde deskundige
En dit is dus vrijwel dagelijkse kost voor zorgmedewerkers. Zij moeten hiermee kunnen omgaan. Als Gaby vraagt wat daarvoor nodig is, regent het antwoorden uit de monden van de veertig aanwezigen. Je moet kunnen luisteren, je moet kunnen ‘aansluiten’ bij de cliënt, je moet dúrven vragen, sterk in je schoenen staan, je moet zelfs ‘actief kunnen luisteren’, de tijd nemen en de doorverwijzingsmogelijkheden kennen. En je moet vooral jezelf niet uit het oog verliezen. ‘Je kunt 113 ook bellen als je met een zelfdoding in je omgeving te maken hebt’, zegt Gaby. ‘Ook als hulpverlener, ook als docent.’ En zelfs als door de wol geverfde deskundige. ‘Ik heb veel ervaring, ik ben nu bijna zestig en nóg heb ik de behoefte om de ervaringen te delen’, zegt Bianca.
‘Juist degenen die níet over hun problemen praten, vallen om’, zegt Nicolaas, die de jeugdhulpverlening een enorm zwaar vak vindt. ‘Het is belastend. Lang niet iedereen kan het aan: je moet afstand houden én betrokken zijn.’ En dat tegen een achtergrond van een politiek die er steeds minder oog voor heeft. Nicolaas zucht: ‘De meeste partijen besteden er in hun verkiezingsprogramma’s maar één regeltje aan.’
Foto (detail): docente Bianca Gudema en Nipkow-winnaar, documaker Nicolaas Veul (fotograaf Floor van Gemert)