Zo ken je de Zernike Campus niet meer terug

Het oude vertrouwde is er nog wel in te herkennen, maar de Zernike Campus is de afgelopen maanden behoorlijk veranderd. Nieuw zijn de groene share-scooters en de in rode hesjes gestoken coronaboa’s. Maar waar is de Appel gebleven?

Ze zitten hoog, op het op één na hoogste binnenterras van het Atrium. Als Alica en Felicia zouden opkijken van hun laptops, zouden ze zien dat ze vrijwel alleen zijn in de open ruimte die aan hun voeten ligt.
Af en toe schuifelt er een eenling over de plavuizen naar de koffiebar van Marije, dan weer schiet er één van de coronanboa’s van de Hanze vanachter een pilaar tevoorschijn. Op het rode hesje dat ze dragen staat wat ze te melden hebben: houd anderhalve meter afstand. Diezelfde boodschap staat op de stickers die op de grond zijn geplakt. Aan een tafeltje op het eerste terras lepelt een zestiger een soepje naar binnen.

zernike campus is weer in bedrijf
Felicia (l.) en Alica proberen hun deadline te halen

Maar Alica en Felicia, tweedejaars Marketing Management, kijken niet op. Ja, zo af en toe, maar dan is het om elkaar aan te kijken. Het tweetal is druk aan het werk, ze moeten wel, want eigenlijk zijn ze een vijfkoppige projectgroep.
‘Zo gaat het altijd’, zegt Alica, ‘je hebt werkers en je hebt mensen die op de één of andere manier altijd iets merkwaardigs overkomt waardoor ze verhinderd zijn.’
De twee hardwerkende studenten staan op de valreep die hun opleiding vrijdag zal intrekken.

Het is 17 juni, de deuren van de Hanze staan al twee dagen op een kiertje

Deadline’, puft Felicia, ‘maar we zijn al aardig op weg.’
Ze grinnikt.
‘Waar het over gaat? Mwh… marketing… geloof ik. Toch?’
Alica’s lach schalt door het Atrium.
‘Marketing, ja, dat geloof ik ook.’
Het is 17 juni, de deuren van de Hanze staan al twee dagen op een kiertje. Een drukte van belang kun je het niet noemen. Integendeel.
‘Volgens mij zijn het vooral meisjes’, zegt Alica, die niet lang nodig heeft om hiervoor een prima verklaring te geven.
‘Nederlandse studenten werken meestal minder hard dan buitenlandse. Jongens werken minder hard dan meisjes. Dus, wie tref je hier aan? Twee buitenlandse meisjes.’

Deelscooters: gisteren onbekend, vandaag een leuk gezicht, morgen een plaag

Alica is in de coronamaanden die achter haar liggen nog een paar keer naar Leer gegaan, maar Felicia heeft haar tijd grotendeels op haar studentenkamer moeten doorbrengen.
‘Ik ben wel een paar keer wezen fietsen’, zegt de Moldavische, ‘het zou zelfs kunnen dat ik in Drenthe ben geweest. Ik fietste gewoon door. Een blauw bord met daarop het woord Groningen waar een rode streep doorheen stond. Weilanden, water, schapen, koeien en een molen. Het was prachtig.’

Aankomend student Britt staat voor een gesloten Marie KamphuisBorg

Buiten spuugt de draaideur zo nu en dan een juist zelfgedesinfecteerde bezoeker uit.
De meeste fietsen staan keurig in de rekken, andere kunnen niet anders dan proberen zich als bruut achtergelaten wezen door de tijd heen te roesten.
Op de stoep staan de groene deel-scooters geparkeerd. Een paar weken terug zag je ze nergens, nu ineens overal en over een paar weken zijn ze een plaag. Ook hier houdt een coronaboa een oogje in het zeil. De fontein spuit onverdroten zijn water in de hoogte.
Het plein voor het Willem-Alexander Sportcentrum is veranderd in een speeltuin voor sleuvengravers, stratenmakers en ander knoestig volk dat flink aan de weg timmert.

matamorfose zernike campus

Britt laveert soepel langs de obstakels en de hekken. Ze is van ver gekomen (Broekland bij Raalte) om hoogstpersoonlijk een blik te werpen op de Marie KamphuisBorg.
‘Ik heb lang gedubd’, geeft ze toe, ‘Saxion of de Hanze. Ze hebben allebei Human Resources Management, maar qua stad? Niks kwaads over Enschede, maar Groningen heeft toch iets meer.’
Begin maart wandelde diezelfde Britt nog over de Ramblas van Barcelona.
‘Ik liep stage bij een fietsverhuurbedrijf, toen de corona uitbrak. Die eerste dagen waren heel bijzonder. De zaak ging dicht, we hadden niks meer te doen. Ik kon ineens iets doen wat ik nooit meer zal kunnen doen: fietsen op de compleet lege Ramblas, alleen ik in m’n uppie. Dat was supergaaf.’

Carmens lach straalt feller dan de zon die het plein in lichterlaaie heeft gezet

Ze kan er niet in. De Marie KamphuisBorg is gesloten voor buitenstaanders. Van buiten kijkt ze naar de geblindeerde ramen van de tweede verdieping, daar waar de opleiding HRM ergens moet zijn.
Britt kan er niet in, maar Carmen kan er wel uit. Haar lach straalt feller dan de zon die het plein voor de Marie KamphuisBorg in lichterlaaie heeft gezet (de thermometer geeft 24 graden aan, maar de gevoelstemperatuur ligt aanmerkelijk hoger).

‘Ja, het wordt iets tussen de acht en de negen’, zegt ze, nog wat beduusd van het oordeel dat de begeleiders velden over haar scriptie over vluchteling-kinderen in de kinderopvang.
‘Het was het laatste wat ik moest doen. Ik ben klaar, nu alleen nog m’n diploma ophalen.’
Julia springt op haar af, met de hartelijke felicitaties en de blijdschap over de tussen de acht en de negen, want dat was ook háár werk, ze schreven de scriptie voor Social Work met z’n tweeën.
‘Ik moet nog een paar vakken, maar dít zit erop’, zegt ze met een zucht van opluchting. ‘Het was raar, daarbinnen, zo leeg. Streng en stil. En schoon!’

metamorfose zernike campus
Met een paar enorme happen heeft Hein Heun de hele Appel opgesmikkeld.

Voor het Willem-Alexander Sportcentrum dartelen kinderen in het rond. Moeders met een wakend oog heel dichtbij.
‘We hebben zwemles’, zegt een meisje met vlechtjes.
‘Weet je wat ik het allerbeste kan?’
‘Nou, wat dan?’
‘Bommetje.’

Het tijdelijke I-gebouwtje dat er sinds mensenheugenis stond is ook verdwenen

De werkmannen doen wat werkmannen doen, hun graafmachines steken hun lange nekken onder het aardoppervlak, happen een hap zand op en braken dat uit op de grote hoop.
De parkeerplaats achter de Van DoorenVeste is bijna leeg.
Wie doorwandelt komt in de buurt van de opleiding Facility Management. De gestalten die zich daar achter de ramen bewegen zijn op de vingers van één hand te tellen. Docenten? Vast wel.
Het hoekje om, en daar valt de grootste verrassing te zien voor iedereen die zich de afgelopen strikt heeft gehouden aan de lockdown-regels.

Conferentiezaal De Appel is niet meer, het gangetje van glas daar ernaartoe leidde is ook kassiewijne, net als I, het tijdelijke gebouwtje dat hier sinds mensenheugenis stond. Weg, alles wat resteert is bouwafval, stenen, gruis en de containers van Hein Heun. Zware machines tillen ontilbare blokken beton en gruis. Verder geen kip te bekennen op het terrein waar het bouwstof opwolkt.
In het Atrium is in een paar uur weinig veranderd. Alica en Felicia zitten nog steeds hoog en droog te blokken achter hun laptops, Marije wacht op klandizie, de soeplepelaar is gevlogen en ergens hier moet een coronaboa op de loer liggen.