Buschauffeursjargon

Als ik in de bus zit komt het altijd wel een keer voor dat mijn bus een andere bus tegenkomt. Ik kan mijn buschauffeur meestal niet zien, maar ik zie wel hoe de andere buschauffeurs vrolijk naar hem zwaaien en met duimen en gezichtsuitdrukkingen laten zien hoe ze zich voelen. Het is Buschauffeurs, een taal die alleen buschauffeurs spreken. Veel mensen zouden het Buschauffeurs graag willen leren.
Als je vraagt waarom mensen van Nederland naar het buitenland zijn geëmigreerd is dat (volgens de ABNAMRO) vooral omdat ze ontevreden zijn over het Nederlandse politieke klimaat en de publieke ruimte, Nederlanders die niet emigreren of geen emigratieplannen hebben zijn tevredener.

In Nederland is men gehaast, dat wordt al jaren gezegd, en niet alleen door buschauffeurs

Emigranten lijken een soort buschaffeursjargon te beheersen, maar vinden te weinig anderen die het ook spreken in hun omgeving en pakken dus hun biezen, naar een plek waar iedereen buschauffeur is. Ik bedoel, waar iedereen Buschauffeurs spreekt.
In Nederland is men gehaast. Dat wordt al jaren gezegd, en niet alleen door buschauffeurs. Buschauffeurs zijn trouwens zelf wel vaak gehaast, waarschijnlijk omdat hun baas ze geen tijd geeft om te plassen, waar ze dan actie tegen voeren onder de fraaie leus ik wil niet zeiken, maar wel een plaspauze. Maar dit terzijde.
In Nederland is men dus gehaast, zo zegt men. Ik haast me vervolgens om dat cliché te weerspreken en erop te wijzen dat het waarschijnlijk geen haast is, maar gewoon een gebrek aan interesse. Iedereen is vooral bezig met wat-ie zelf belangrijk vindt en probeert te zorgen dat alles in z’n eigen tijdsschema past. Ik ben niet voor en niet tegen, het is een constatering. En die leidt tot de vraag of het niet belangrijk is dat we die constatering tegengaan.

Het Buschauffeurs is het medicijn tegen vereenzaming en desinteresse

Wellicht is het buschauffeursjargon de oplossing. Buschauffeurs draaien immers gewoon hun diensten, rijden volgens schema (als er geen ongelukken gebeuren), maar ondertussen denken ze ook nog aan elkaar. Tijdens hun dagelijkse bezigheden zwaaien ze altijd gemoedelijk naar collega’s en tonen ze zich betrokken en geïnteresseerd. Het buschauffeursjargon is het medicijn tegen vereenzaming en desinteresse. Het is een onschuldige taal, die niemand kwaad doet, niemands belangen aantast en iedereen een goed gevoel geeft. Het chauffeursjargon, als we het allemaal zouden spreken, zou het geen jargon meer zijn.

Foto: Marvin Girbig