Op zoek naar ikigai

Volgens de Japanse traditie heeft iedereen een ikigai, een reden van bestaan. Deze reden hoeft niet groots en meeslepend te zijn, niet iedereen is in de wieg gelegd voor een bestaan als wereldverbeteraar. Ikigai kan ook een hobby zijn, een dagelijks doel, iets dat je bezig houdt, zoals iedere dag een wandeling maken, werken in de moestuin óf (misschien meer studentikoos) er elke dag even op uit gaan en afspreken met een studie- of clubgenoot.

Iedere minuut is ingepland, we zijn alsmaar druk, vooral druk met onszelf

Ikigai zou één van de geheimen zijn van een lang, tevreden en gezond leven. Je ikigai is waarom je ’s ochtends je bed uitkomt. Je ikigai uit bed. De meeste Nederlanders zijn hun ikigai een beetje uit het oog verloren. We zijn druk met werk, strakke planningen, rennen van hot naar haar en hebben maar weinig tijd om rust te vinden. Iedere minuut van de dag is ingepland. We zijn alsmaar druk, vooral druk met onszelf. Wat erom ons heen gebeurt wordt geblurd en verdwijnt op de achtergrond.
In sommige andere landen ligt dat anders. Soms verlang ik ernaar om een tijdje in het buitenland  te verblijven. Begroet worden met een vriendelijk bonjour of een fijne, nuchtere G-day, mate mét Australisch accent zou mij zomaar uit bed houden.

Mijn ikigai zal me blijer moeten maken en een ander ook (lekker cliché)

Ik moet even nadenken als ik me afvraag wat nou mijn eigen ikigai is. Als ik voor mezelf een ikigai zou moeten vaststellen, zou ik iets doen in de trant van positiviteit, spontaniteit of het stappen uit m’n comfortzone. Groots en meeslepend is het sowieso niet, en de wereld verbeteren zit er ook niet in. Mijn ikigai zal me blijer moeten maken en een ander ook (lekker cliché). Tóch eens wat vaker iemand plompverloren aanspreken. Een praatje maken met een vreemde misschien zelfs? Terwijl ik dagdromend over het Gedempte Zuiderdiep naar huis loop, kom ik de Riepeverkoopster tegen, zoals ze iedere dag in de Folkingestraat haar stem laat klinken in haar poging het magazine te slijten. Ze kijkt me vrolijk aan en vraagt of ze me blij kan maken met een krantje. Normaal gesproken bedank ik haar vriendelijk en loop ik door naar de voordeur. Vandaag stap ik op haar af. Hier ikigai ik. ‘Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar wat er in staat.’