Spotted in UB

Als ik naar de bieb ga om te studeren, zie ik er vaak uit alsof ik net uit mijn bed ben gerold. Make-up is onbelangrijk, maar een comfi outfit bittere noodzaak. Nou ja, bijna net zo noodzakelijk als koffie. Hoe anders werd mijn leven toen ik deze week voor het eerst in de UB belandde.
De universiteitsbibliotheek van Groningen, de UB, vroeg in de ochtend (vroeg als in: vroeg voor studenten, negen uur). Als een klein hertje dat zachtjes langs de jager tracht te sluipen, probeer ik een plekje te vinden. Elk geluidje voelt als te veel en m’n tas uitpakken duurt langer dan het ooit eerder duurde. Niet dat ik ook maar enig idee heb van wat een goede plek is om te gaan zitten. Ik zag zojuist een grote stoel en stopcontacten, da’s alles wat ik nodig heb. Dat ik voor de boeken over Korea ben gaan zitten en dat die een gigantische aantrekkingskracht zullen uitoefenen, weet ik nog niet.

Wie heeft in godsnaam bedacht dat het verboden is om koffie te drinken in de grootste studieplek in de stad?

De ijzige stilte om me heen doet me realiseren dat mensen hier nog maar nauwelijks een flesje water op tafel hebben staan. Waar is het enige drankje dat me gelukkig maakt tijdens het studeren? Wie heeft in godsnaam bedacht dat het verboden is om koffie te drinken in de grootste studieplek in de stad?
Met tranen in de ogen probeer ik mijn verlies te accepteren. Als ik ze heb weggepinkt, valt me een tweede ding op: waarom zien alle studenten eruit alsof ze klaar zijn om het nachtleven te duiken? Opvallend veel mensen die mooie kleren dragen en meer meisjes met make-up dan ik in m’n hele studietijd bij elkaar heb gezien. Als ik een vriend van me erover app, vind ik z’n antwoord niet eens zo gek.
Flirtcultuur. Als ik me verveel, kijk ik weleens rond en geef ik iemand een knipoog.
Natuurlijk.
Zo gek is het ook niet. Een berg mensen van ongeveer dezelfde leeftijd met zo weinig afleiding dat je niet anders kunt dan om je heen kijken wanneer je studiestof het geluk uit je lichaam trekt.
Maar is de UB dan een real-life variant van Tinder?

Een aantal huwelijksaanzoeken, wat intens dorstige opmerkingen en wat klachten over flairpants

In m’n zoektocht naar het antwoord stuurt iemand me het hilarische Instagram-account @spottedinub. Naast een aantal huwelijksaanzoeken, wat intens dorstige opmerkingen en wat klachten over flairpants, vind ik daar mijn antwoord. Zeventig procent van je UB-tijd spendeer je aan studeren, twintig procent aan soggen en tien procent aan het denken aan die leuke persoon die je in de gang tegenkwam, maar die je absoluut niet durft aan te spreken omdat je een joggie aanhebt en naar taco’s ruikt.
Hopelijk ruik ik niet naar taco’s maar die joggie-opmerking voel ik wel. Stiekem wil ik meedoen aan de wondere wereld van het flirten in de UB, maar het grote enge biochemieboek voor me herinnert me eraan dat ik hier toch ben voor een ander soort chemie.