Offline

Op 1 januari wijzigde Facebook de gebruikersvoorwaarden. Dat is jullie misschien ontgaan, en het kan jullie waarschijnlijk ook niks schelen. Want wat maakt het nou uit? We merken er toch niets van. Wat boeit het dat multinationals en overheden weten wat ik doe?
Wanneer ik over online-privacy begin, word ik vrijwel altijd betiteld als een paranoïde, overbezorgd iemand. M’n gesprekspartners doen mijn stellingen af als nutteloos gepieker. Ik heb toch niks te verbergen! roept zo iemand weleens. Mag ik deze mensen er dan alsjeblieft op wijzen dat we in het dagelijks leven elke dag afwegingen maken over wat we met onze medemens delen en wat niet. Daarnaast is niemand vrijwillig bereid om de wachtwoorden van al zijn e-mail of socialmedia-accounts vrij te geven om z’n gesprekken door te laten lezen. Mocht iemand het hiermee oneens zijn… ik wacht in spanning op de wachtwoorden.
Het verbaast me werkelijk dat mijn sociale omgeving (mensen die de hoogste vorm van onderwijs in Nederland genieten) zo laconiek op deze privacy-kwestie reageert.

Maar kunnen we het mensen kwalijk nemen dat ze zich er niks van aantrekken? Nee, niet volledig. Er bestaat namelijk enorme onduidelijkheid over online-privacy. Zelfs politici snappen er geen hol van. En met name Ivo Opstelten. Arme, arme Ivo. Hoe kan het dat in een tijd waarin veiligheid en justitie alles te maken hebben met internet en privacy, we als Nederlanders opgescheept worden met een zeventigjarige minister die er werkelijk geen snars van snapt? Zo heeft de minister geconstateerd dat de bewaarplicht van telecomaanbieders in strijd is met grondrechten, maar houdt hij de wet wel in de stand. Dat is vrijwel hetzelfde als een scheidsrechter die een voetbalspeler beschuldigt van een schwalbe, maar hem toch een penalty geeft.
En dan is er nog de onverschilligheid. We zijn ons er wellicht wel bewust van dat onze privacy wordt geschonden, maar het kan ons niet echt schelen omdat we er tot dusverre weinig van merken of er weinig van begrijpen.

Zelfs politici snappen er geen hol van. En met name Ivo Opstelten. Arme, arme Ivo

Mij blijven die nieuwe Facebook-gebruikersvoorwaarden knagen en kriebelen. Facebook verzamelt al het intellectueel eigendom van z’n gebruikers en verkoopt die info aan bedrijven. Voorlopig blijven mijn column gespaard, maar mijn foto’s en profiel hebben er sinds 1 januari al aan moeten geloven. Daarnaast mag Facebook voortaan de locatie van iedere gebruiker achterhalen met GPS, Bluetooth en Wifi. Ook zijn ze gemachtigd om data te verzamelen over alle websites die je via Facebook opent. Al deze data mogen ze gebruiken in advertenties. Zie je jezelf als supermooie student al verschijnen in een anti-SOA-reclame, nadat je bij je one-night-stand je Facebook checkt?
In het boek 1984 beschrijft George Orwell een dystopie waarin iedere burger in de gaten wordt gehouden. Wanneer dit boek in verband wordt gebracht met de huidige mate van toezicht op ons, wordt het vrijwel altijd afgedaan als irrelevant. Naar mijn mening totaal onterecht. George Orwell waarschuwt in zijn boek niet voor een staat die mensen vierentwintig uur per dag in de gaten houdt, maar voor een staat waarin mensen zich ervan bewust zijn dat ze op elk moment in de gaten gehouden kunnen worden. Stel je voor dat je wist dat iemand op elk moment kon kijken naar wat je deed? Hoe zou je je gedragen? Inderdaad, strevend naar bevestiging en goedkeuring. En dat is precies wat de meeste mensen op Facebook doen.
Het erge is dat we er vrijwel niks tegen kunnen doen, op het verwijderen van Facebook na. Een benarde positie, want mocht je ervoor kiezen om Facebook te verwijderen, dan zet je jezelf op sommige vlakken buitenspel en mis je het één en ander. Hoewel dat missen van gebeurtenissen naar mijn idee enorm meevalt, kan ik me voorstellen dat sommige mensen het vreselijk vinden als ze niet meer zien dat Truus’ hond vier puppy’s heeft gekregen of hoe Wesleys vakantie in Sunny Beach was.
Hoewel ik het gevoel heb dat ik een roepende in de woestijn ben, zou ik graag willen dat 2015 het jaar wordt waarin we ons allemaal bewust worden van wat er met onze online-data gebeurt. Dat is in ieder geval wel mijn voornemen voor 2015.

(Excuses voor het depressief makende betoog, volgende week zal er wel weer een negatief zeikverhaal over studentensores of een brakke ochtend verschijnen. Beloofd.)