Corona zat haar twee keer dwars, maar nu studeert Lore echt af

Twee afstudeerpogingen van Lore Meijer (23) gingen de coronasoep in. Nu lijkt het de student van de Academie voor Popcultuur wel te lukken. Met, je verzint het niet, een online real life game performance.

‘Gisteren heb ik het portfolio van mijn laatste semester ingeleverd. Zo’n dik pak papier. In de week van 8 februari krijg ik te horen wat de docenten ervan vinden. Zij mogen bepalen of ik beroepsklaar ben. Nog een paar dingetjes dus en dan is het gedaan. Ik dacht, ik laat het me niet nóg een keer afpakken. Het was de derde poging, nu wordt het raak, de vorige twee keer was het mis.’

Corona?
‘Dat kun je wel zeggen, ja. Vorig jaar om deze tijd was ik er klaar voor. Ik zou een real life game maken voor Warrior Events, voor tachtig man.’

Real life game? Ik word inmiddels wat ouder, wat is dat?
‘O, ja, sorry. Dat is een trend, ik studeer aan de Academie voor Popcultuur, snap je? Een real life game is een spel dat elementen bevat van een computer game. De Escape Room is het bekendste voorbeeld. Je bent opgesloten en je moet allerlei opdrachten doen om jezelf te bevrijden. Voor Warrior Events had ik een geweldige game bedacht. Nou ja, niet alleen bedacht… ik had hem volledig uitgewerkt, alles erop en eraan. Horror schuine streep fantasy. Heb je een beeld?’

Ik hoop het maar.
‘Nou, ging niet door. Het was gewoon niet te doen. De coronamaatregelen lieten het niet toe. Het was een game voor groepen deelnemers van tachtig man, en dan ieder anderhalf uur een nieuwe groep. Op wat er wél lag, had ik kunnen afstuderen, denk ik. Met al het materiaal, een uitgebreid verhaal op papier en een goede verwoording van het concept was me dat vermoedelijk wel gelukt. Maar ik wilde het per se in de praktijk uitvoeren, een performance laten zien. Dat kon niet, dus moest ik een ander spoor volgen.’

Dat van de Ontwerpfabriek van de Hanze?
‘Niet helemaal. De Ontwerpfabriek is één van de partners in het project Ontwikkelrecht, een verband van allerlei mensen en instanties die te maken hebben met kinderen die op één of andere manier buiten de boot vallen. Het gaat niet goed op school, maar dat betekent nog niet dat die kinderen geen recht hebben op ontwikkelingsmogelijkheden. Een mooi doel is dat. Die mensen doen alles wat ze kunnen voor die kinderen, maar wanneer ze samenwerken kunnen ze effectiever zijn. De vraag is hoe je de samenwerking tussen die mensen kunt verbeteren. En voor het antwoord dacht Bob Kolsters, één van mijn docenten, aan mij.’

Want?
‘Ik ben ervan overtuigd dat je je allerlei sociale vaardigheden kunt eigen maken door met elkaar een spel te spelen. Daar wil ik een bedrijf in beginnen. Samenwerken is zo’n sociale vaardigheid. En hoe leer je dat? Met vallen en opstaan, dat is zeker, en soms is het heel pijnlijk. Dat is een reden om het te oefenen én een reden om dat in een onschuldige vorm te gieten: een spel.’

Samen vlotten bouwen van oude autobanden.
‘Ook leuk. Maar ik wil dat het spel voortdurend duidelijk maakt wat er mis gaat, zodat je er direct van leert. De basis van samenwerken bestaat uit drie elementen, overzicht, informatie verspreiden en conclusies trekken. Daar schort het aan bij slechte samenwerking: niemand heeft overzicht, de informatie ligt bij de verkeerde mensen en iedereen trekt voortdurend zijn eigen conclusies.’

Hoe weet je dat eigenlijk allemaal?
‘Man, ik zit nu al bijna een jaar in mijn uppie op mijn kamer. Ik had alle tijd om eens rustig na te denken. Ik houd erg van bordspellen en van spellen maken. Het denken over een samenwerkingsspel zette me dus aan het denken over samenwerken. Ik lees er geen zware boeken over, ik kijk er gewoon met een frisse, praktische blik tegenaan. Gewoon gezond verstand.’

Het zenuwcentrum van de Ontwikkelrecht Online Real Life Game, Lore en Marie (rechts)

Doe eens een voorbeeld.
‘Wanneer mensen samen beginnen aan een project gaan de meesten meteen aan de slag met hetgeen wat ze zelf het best denken te kunnen. Ze bedoelen het goed, maar ze trekken wel een conclusie die de andere deelnemers niet kennen en gooien daarmee het overzicht ook maar even uit het raam. Nou, wie mijn spel speelt leert dat het dan onherroepelijk fout gaat. Het is namelijk essentieel dat je weet wat de ander weet, anders kun je de problemen waarvoor het spel je stelt niet oplossen. Dan is iedereen hartstikke druk bezig, maar wel met zaken die het gemeenschappelijke doel niet dichterbij brengen.’

Oké, wat was je tweede afstudeerpoging?
‘Ik had die vijftig mensen van Ontwikkelrecht in groepjes door Drenthe willen sturen. Met de auto langs de hunebedden. Ik weet ook niet waarom, maar ik zag ze zo zitten in een lelijke eend, met hun boterhamzakjes en een reeks aanwijzingen. Ergens in, bij of achter die hunebedden zouden mijnen liggen die ze zouden moeten ontmantelen, anders zou de wereld vergaan. Voor het maken van opdrachten ben je op elkaar aangewezen. Voortdurend dat idee: wanneer je het samen aanpakt, gaat het beter en sneller. Het zat allemaal prachtig in elkaar, ik had het zelfs voor mekaar gekregen om een bezoek aan het Drents Museum als eindpunt in het spel te op te nemen. Kortom, helemaal klaar voor de start. En toen…’

Weer corona?
‘Ja, hoor. Half december. We hadden het spel gepland op 15 december, de dag waarop de tweede lockdown inging. Dikke streep door de plannen. Nou, dan moet je mij hebben… Ik heb de boel razendsnel omgebatterijd tot een online event. De deelnemers zaten thuis, in ongeveer dezelfde groepjes als waarmee ze in de auto zouden hebben gezeten. De opdrachten waren voor het grootste gedeelte hetzelfde, en de nadruk op samenwerken ook.’

Hoe deden de deelnemers het?
‘Een stuk minder dan de studenten met wie we proefversies hadden gedraaid. Misschien omdat sommige deelnemers Blackboard niet goed kenden. Daar zijn studenten natuurlijk aan gewend. Verder liep het naar wens. Zoals verwacht begon het met een enorme chaos omdat mensen meteen begonnen met de opgaven die ze voor hun neus hadden gekregen. Daardoor hadden veel groepen pas erg laat door dat niet iedereen over dezelfde informatie beschikte. Ze vertelden elkaar zelfs niet welke rol ze in het spel hadden. Dat deden de studenten uit de proefsessies veel beter. Net als hulp vragen. Samen weet je meer dan in je eentje, het is zo simpel, maar toch.’

En hoe ging het jou af? Je was vraagbaak, spelleider en zenuwcentrum in één.
‘Ik had Marie Woudwijk, een student Facility Management die zich ook inzet voor het project Ontwikkelrecht. Die heeft de me veel werk uit handen genomen, gelukkig. Het was spannend, zweten en stressen. En ondertussen was het ook erg lachen.’

Wat nu en straks?
‘Eerst dat diploma en daarna mijn bedrijf uitbouwen. Binnenkort live: nollies.nl, voor al uw real life sociale-vaardigheden-games. Zoiets. Het is echt een niche. Let maar op.’